13. a) De luiaard grijpt, om zijne traagheid te bemantelen, naar de onzinnigste en belachelijkste verontschuldigingen, en zegt: Er is een leeuw buiten; ik mocht, wanneer ik aan den arbeid ging, op het midden der straten gedood worden.
a) Spreuken 15:19; 26:13.
Het belachelijke der verontschuldigingen van zulke mensen, die het zich niet moeilijk willen maken, en hun lichaam willen ontzien, moet in het bijzonder door de uitdrukking "op het midden der straten" uitkomen. Wanneer het huis van den luiaard eens nabij een eenzaam woud stond, dat hij moest doorgaan, om aan den arbeid te kunnen gaan, dan was zijne bezorgdheid nog te verontschuldigen; maar midden op de straat, waar vele mensen hem zouden kunnen bijstaan, geenszins. -Wie voor ongelegenheden en moeilijkheden vreest op den weg van Christus, en zijn leven, zijnen eer, zijnen dienst, goed, rust, vriendschap en goeden naam liefheeft en zoekt te behouden, die zie eens in den spiegel, die dit vers hem voorhoudt. Wat heeft men niet duizende uitvluchten, wanneer door iemand gezegd wordt: volg Christus na. Alle stegen en straten zijn vol ingebeelde leeuwen, die willen verscheuren. Maar wanneer zulk een luiaard half hoop heeft, om ene ereplaats, enen goeden dienst, enig voordeel te verkrijgen, of een goed huwelijk te doen, of wat het ook zij, wat het vlees streelt te erlangen, dan spreekt hij niet zo. Wat voor arbeid, moeite, kunsten, woorden, beden en verzoeken waagt hij niet te doen; hoe loopt en draaft hij, hoe vurig strijdt hij soms tot den bloede! Alleen als het Christus geldt moet alles zeer gemakkelijk gaan, en dan moet de oude Adam nog altijd zijn zin hebben.