4. Hoogheid der ogen en trotsheid des harten, opgeblazenheid en zorgeloosheid, en 1) de ploeging 1) en al het streven der goddelozen zijn zonde; want al wat buiten den Heere geschiedt, al is het op zich zelven niet kwaad, is tegen Zijnen wil, en kan Hem niet behagen.
1) Naar den grondtekst is dit woordje "en" weggelaten, en "de ploeging der goddelozen" ene bijstelling van het eerste gedeelte, dat onmiddellijk voorafgaat. Echter bestaat de ondeugd van trotsheid en hovaardij nergens meer dan onder de Christenen. Men zou moeten veronderstellen, dat de Christenen de nederigste mensen onder de zon waren, omdat zij zich noemen naar het onschuldige, nederige Lam. Wanneer men echter den Heiland der wereld aan de ene zijde beschouwt in Zijne zachtmoedigheid en nederigheid, en aan de andere zijde de tegenwoordige Christenen in hunnen hoogmoed en eigenwaan, die bij zo velen is op te merken, aanziet, zou men dan wel den eerste als Hoofd en de anderen voor ledematen en volgelingen houden?.
2) In het Hebreeën Nir reschaïm. Het eerste woord betekent in de eerste plaats licht, lamp, maar verkrijgt ook de betekenis aan werk, van arbeid op den akker, en van daar dat onze Staten-overzetters vertalen door ploeging. Er wordt hier gedoeld op wat de goddelozen op den akker huns gemoeds bebouwen en voortbrengen. M.a.w. al wat de goddeloze voortbrengt en bewerkt is zonde.