Spreuken 21:28
1. Hier is het oordeel van een vals getuige. Hij, die uit gunst voor de ene partij, of uit boosaardigheid tegen de andere partij een vals getuigenis aflegt, of een beëdigde verklaring doet omtrent hetgeen hij weet vals te zijn, of tenminste niet weet waar te wezen, zijn reputatie zal, als het ontdekt wordt, voor goed verloren zijn. Een mens kan in zijn haasten misschien iets zeggen, dat niet waar is, maar hij, die een vals getuigenis aflegt, doet het met overleg en plechtigheid, en dat kan niet anders dan een moedwillige zonde zijn en een verbeuren van des mensen geloofwaardigheid. Maar al zou het niet ontdekt worden, dan zal hij toch vergaan, verwoest worden, de wraak die hij over zichzelf ingeroepen heeft, toen hij de valse eed aflegde, zal over hem komen.
2. De lof van hem, die nauwgezet van geweten is. Een man, die hoort, gehoorzaam is aan het gebod van God dat een ieder de waarheid zal spreken met zijn naaste, hij, die niets anders getuigt dan wat hij gehoord heeft en weet waarheid te zijn, spreekt met standvastigheid, blijft zich gelijk, is nooit in tegenspraak met zichzelf, spreekt "in finem tot het einde, " de mensen zullen hem geloof schenken, zullen hem ten einde toe aanhoren, hij spreekt tot overwinning, wint het pleit, dat de valse getuige zal verliezen, hij zal spreken tot in eeuwigheid, wat waar is, is waar tot in eeuwigheid. Een waarachtige lip zal bevestigd worden in eeuwigheid.