Spreuken 21:16
Hier is:
1. De zondaar op zijn zwerftocht, hij dwaalt af van de weg des verstands, en heeft hij eenmaal die goede weg verlaten, dan dwaalt hij eindeloos rond. De weg van de Godsdienst is de weg des verstands, zij, die niet waarlijk vroom zijn, zijn niet waarlijk verstandig, zij die afdwalen uit die weg, breken heen door de heg, die God gezet heeft, en volgen de leiding van de wereld en van het vlees, en dwalen als schapen.
2. De zondaar in zijn rust, of liever in zijn verderf. Hij zal rusten, maar niet in vrede in de vergadering van de reuzen, de zondaren van de oude wereld, die weggevaagd werden door de zondvloed, met die verwoesting wordt de verdoemenis van de zondaren vergeleken, zoals zij soms vergeleken wordt bij de verwoesting van Sodom, als zij gezegd worden hun deel te hebben in vuur en sulfer. Of in de gemeente van de verdoemden, die onder de macht zijn van de tweede dood. Er is een grote gemeente van veroordeelde zondaren, in bundelkens gebonden voor het vuur, en daarin zullen zij blijven, blijven tot in eeuwigheid, die buitengesloten zijn van de vergadering van de rechtvaardigen. Hij, die de weg naar de hemel verlaat, zal, indien hij er niet toe terugkeert, gewis nederzinken in de diepte van de hel.