Spreuken 20:16
Naar de Engelse overzetting luidt dit vers: Neem het kleed van hem, die borg is voor een vreemde, en neem een pand van hem voor een vreemde vrouw. En zo wordt hier dan van twee soorten van mensen gesproken, die hun eigen bezitting te gronde richten, en weldra tot de bedelstaf gebracht zullen zijn. Aan deze behoort dus zonder een goed onderpand geen crediet te worden verleend.
1. Zij, die borg willen blijven voor ieder, die het hun vraagt, die zich roekeloos in zo'n borgtocht verstrikken, om hun luie en ijdele metgezellen te verplichten, zullen ten laatste geruïneerd worden, ja zij zullen niet eens lang staande kunnen blijven, zij verkwisten op grote schaal.
2. Zij, die in verbond zijn met verdorven vrouwen, die hen onthalen, en vleien, en hen gezelschap houden, zullen weldra moeten bedelen, geef hun nooit crediet zonder een solide onderpand. Vreemde vrouwen hebben vreemde manieren om mannen te verarmen en zichzelf te verrijken.