Spreuken 16:5
De hoogmoed van de zondaren zet God tegen hen. Hij, die groot van vermogen zijnde, hoog van hart is, wiens geest opgeheven werd met zijn staat, zodat hij onbeschaamd en onbeschoft wordt in zijn gedrag tegenover God en mensen, hij wete dat, hoewel hij zichzelf bewondert en anderen hem vleien, hij toch de Heere een gruwel is, de grote God veracht hem, de heilige God verafschuwt hem.
De kracht of macht van de zondaren kan hen niet beveiligen tegen God, hoewel zij zich met beide handen versterken, al kunnen zij ook elkaar versterken door hun verbonden en samenspanningen, hun krachten verenigende tegen God, zullen zij aan Zijn rechtvaardig oordeel toch niet ontkomen. Wee dien, die met zijn Formeerder twist, Jesaja 45:9.