Spreuken 12:4
1. Hij, die met een goede huisvrouw is gezegend, is zo gelukkig alsof hij op een troon was, want zij is niet minder dan een kroon voor hem. Een deugdzame huisvrouw, die vroom en verstandig is, vernuftig en vlijtig, werkzaam is tot welzijn van haar gezin, nauwgezet haar plicht betracht in iedere betrekking, een kloeke huisvrouw, die zonder ontroering of beroering kruis en tegenspoed kan dragen, zo een erkent haar echtgenoot als haar hoofd, en daarom is zij hem een kroon, zij is hem niet alleen tot een eer, zoals een kroon een sieraad is, maar zij ondersteunt zijn gezag en houdt het hoog in zijn gezin zoals een kroon een teken en een zinnebeeld is van macht. Zij is hem onderworpen en getrouw, en daarom leert zij zijn kinderen en zijn dienstboden om het ook te zijn.
2. Hij, die geplaagd is met een slechte vrouw, is even ellendig en rampzalig alsof hij op een mesthoop zat, want zij is niet beter dan verrotting in zijn beenderen, een ongeneeslijke ziekte daarenboven maakt zij hem nog beschaamd. Zij, die dom en traag, verkwistend en brooddronken, hartstochtelijk en kwaadsprekend is, verderft de eer en de aangenaamheid in het leven van haar echtgenoot. Als hij uitgaat, laat hij het hoofd hangen, want de gebreken van zijn vrouw zijn hem tot smaadheid en schande als hij tot zichzelf inkeert, ontzinkt hem de moed, hij is altijd in onrust, het is een beproeving, waaronder de geest, het gemoed grotelijks lijdt.