Spreuken 15:10
Dit toont aan dat zij, die het niet kunnen dragen bestraft te worden, moeten verwachten verwoest te worden.
1. Het is iets geheel gewoons dat zij, die de weg van de gerechtigheid hebben gekend, maar hem hebben verlaten, het een grote belediging achten om gestraft en vermaand te worden, zij zijn er zeer onrustig onder, zij kunnen, zij willen het niet dragen, ja, omdat zij het haten om verbeterd te worden, haten zij bestraft te worden, haten zij hen, die getrouw en vriendelijk met hen handelen. Van alle zondaren zijn het vooral de afvalligen, die bestraffing euvel opnemen.
2. Het is zeker dat zij, die niet bestraft willen worden, ten verderve zullen gaan. Hij, die de bestraffing haat en zijn hart er tegen verhardt, is vergezeld met zijn afgoden, laat hem varen hij zal sterven, en voor eeuwig omkomen in zijn zonden, daar hij niet gescheiden wilde worden van zijn zonden, 2 Kronieken 25:16, ik weet dat God besloten heeft u te verderven, omdat gij het niet kondet dragen bestraft te worden. Zie ook Spreuken 29:1.