Spreuken 14:3
Zie hier:
I. Een trotse dwaas, die zich blootgeeft. Waar hoogmoed in het hart is, en geen wijsheid is in het hoofd om hem te onderdrukken, zal dit zich gewoonlijk openbaren in de woorden, er is hoogmoed in de mond, hoogmoedig roemen, hoogmoedig laken en afkeuren, hoogmoedig minachten, hoogmoedig gebieden en de wet voorschrijven: dit is de roede, of tak, van de hoogmoed, dit woord is alleen hier en in Jesaja 11:1 gebruikt. Die roede of tak komt voort uit de wortel van bitterheid in het hart, het is een twijg van die stam. De wortel moet uitgerukt worden, of wij kunnen deze tak niet ten onderbrengen, of wel: het is bedoeld van een slaande roede, een roede des hoogmoeds, die anderen slaat. Met zijn tong deelt de hoogmoedige rechts en links klappen uit, maar ten laatste zal zij een roede worden voor hem zelf, de hoogmoedige zal onder een smadelijke bestraffing komen door de woorden uit zijn eigen mond, niet met een zwaard, zoals een krijgsman maar met een stok, zoals een knecht, en hierin zal hij geslagen worden met zijn eigen roede, Psalm 64:9.
2. Een nederig, verstandig man, die zich behoudt en met zijn eigen welzijn te rade gaat, de lippen van de wijzen bewaren hen, bewaren hen er voor om aan anderen het kwaad te doen, dat de hoogmoedigen doen met hun tong, en om over zichzelf het kwaad te brengen, dat hoogmoedige verachters zich dikwijls op de hals halen.