9. Zijt niet haastig in uwen geest om te toornen en te murmureren, wanneer de Heere de zaken anders bestuurt, dan gij gewenst en verwacht hadt; want de toorn, de murmurering, rust en zetelt in den boezem der dwazen, 1) die niet kunnen en willen begrijpen, dat God met elke wederwaardigheid en droefenis, die Hij hun toezendt, het doel heeft hen te oefenen en te beteren (
Job 5:2.
Spreuken 12:16).
1) Zij, die voortvarende zijn in hun verwachtingen en geen uitstel kunnen verdragen, zijn zeer licht geraakt, als men hen niet terstond voldoet in hetgeen zij begeren. Men moet niet schielijk zich beledigd achten, over enige hoon of smaad, en niet gereed zijn, om er zich voor te willen wreken, of er over te blijven wrokken en wroegen. Men moet ook niet lang den toorn bewaren en er zich door laten beheersen. `t Zijn dwazen, die de drift in hunnen boezem houden en aldaar kweken en die niet dan met moeite dezelve kunnen bedwingen of er nooit van willen afstaan..