Spreuken 14:26-27
In deze twee verzen worden we uitgenodigd en aangemoedigd om in de vreze Gods te leven door de voordelen, die uit een Godsdienstig leven voortvloeien. De vreze des Heeren is hier genomen voor alle Godvruchtige beginselen, die Godvruchtige praktijken teweegbrengen.
1. Waar deze heerst, brengt zij een heilige gerustheid en kalmte van gemoed teweeg, er is een sterk vertrouwen in, zij stelt de mens instaat om vast te houden aan zijn reinheid en zijn vrede, wat er ook gebeure, en geeft hem vrijmoedigheid bij God en bij de wereld. Ik weet dat ik gerechtvaardigd zal worden, ik acht op geen van deze dingen, dat is de taal van dit vertrouwen.
2. Zij brengt een zegen over het nageslacht. De kinderen van hen, die God tot hun vertrouwen stellen, zullen aangemoedigd worden door de belofte dat God een God zal zijn voor de gelovigen en voor hun zaad, om tot Hem te gaan als tot hun toevlucht, en zij zullen beschutting in Hem vinden. De kinderen van Godvruchtige ouders varen er dikwijls te beter om, dat hun ouders hun goed onderwijs en een goed voorbeeld gegeven hebben, en voor hen hebben gebeden. Onze vaders hebben op U vertrouwd, en daarom zullen wij het ook doen.
3. Zij is de overvloeiende, immer vloeiende fontein van vertroosting en blijdschap, zij is een springader des levens, voortdurend genot en voldoening doende opwellen voor de ziel. Blijdschap, die rein en vers is, is leven voor de ziel, lest haar dorst, en kan nooit uitdrogen, zij is een fontein van levend water, springende tot in het eeuwige leven, waarvan zij de voorsmaak geeft.
4. Zij is een soeverein tegengif tegen zonde en verzoeking. Zij, die de rechte smaak weghebben van de genietingen van ernstige Godsvrucht, zullen door het lokaas van de zonde niet verlokt worden om de haak te slikken, zij hebben betere dingen, dan die, welke de zonde heeft aan te bieden, en daarom valt het hun licht om af te wijken van de strikken des doods, en hun voet er voor te bewaren, om erin gevangen te worden.