Spreuken 13:7
Deze opmerking is toepasselijk:
1. Op der mensen wereldlijke bezittingen. De wereld is een grote bedriegster, niet alleen de dingen van deze wereld, maar de mensen van deze wereld, alle mensen zijn leugenaars. Hier is een voorbeeld van twee erge kwaden onder hen:
a. Sommigen, die werkelijk arm zijn, willen voor rijk gehouden worden, en worden er ook voor gehouden, zij handelen en geven geld uit alsof zij rijk waren, maken veel beweging en veel vertoon, alsof zij schatten bezaten, terwijl, als al hun schulden betaald waren, zij misschien geen penning zouden over houden. Dit is zonde, en zal schande brengen, menigeen heeft hierdoor zijn gezin ten ondergang gebracht, schande gebracht over zijn belijdenis van de Godsdienst. Zij die aldus boven hun vermogen leven, willen liever onderworpen zijn aan hun eigen hoogmoed dan aan de voorzienigheid Gods, en dienovereenkomstig zal dit eindigen.
b. Sommigen, die wezenlijk rijk zijn, willen voor arm gehouden worden en worden er ook voor gehouden, omdat zij gieriglijk leven beneden hetgeen God hun gegeven heeft, en zij willen het liever begraven dan gebruiken, Prediker 6:1, 2. Hierin is ondankbaarheid aan God, onrecht aan het gezin en de omgeving, en onbarmhartigheid jegens de armen.
2. Op hun geestelijke staat. Genade is de rijkdom van de ziel, ware rijkdom, maar gewoonlijk geven de mensen een verkeerde voorstelling van zichzelf, hetzij met opzet of uit vergissing, en omdat zij zichzelf niet kennen.
a. Er zijn vele geveinsden, die in werkelijkheid arm zijn, ontbloot zijn van genade, en toch denken zij rijk te zijn en willen niet overtuigd worden van hun armoede, of wel zij geven voor rijk te zijn en willen hun armoede niet bekennen.
b. Er zijn vele beschroomde, sidderende Christenen, die geestelijk rijk zijn en vol zijn van genade, maar toch denken arm te zijn, en zij willen er niet van overtuigd worden dat zij rijk zijn, willen het tenminste niet erkennen, door hun twijfeling en vrees, door hun klachten en hun grieven maken zij zich arm. De eerste dwaling zal ten laatste verwoestend wezen, deze is nu ontrustend.