25. 1) Bekommernis en zorg in het hart des mensen buigt het neer, maar een goed, troostrijk woord verblijdt het, en doet het opspringen van vreugde.
1) Spreuken 15:13. 26. De rechtvaardige is voortreflijker dan zijn naaste 1); hij ontdekt den weg ten leven, om daarop gelukkiger voort te gaan; maar de weg der goddelozen, dien zij aanraden en wijzen, doet hen dwalen, die naar hen luisteren; alzo hebben noch de goddelozen zelven, noch hun naasten enig voordeel van de goddeloosheid.
1) Het eerste gedeelte van Vers 26 is niet gemakkelijk te verklaren. Dewijl het echter een tegenstelling met het laatste vormt, kan de verklaring niet anders wezen. dan dat de rechtvaardige op een weg wandelt, die hem niet doet dwalen, maar hem gelukkig doet zijn en een gelukkig einde doet bereiken. Coccejus en Schultens verklaren aldus: De rechtvaardige stelt een nauw onderzoek van zijn weg in, ook om zijns naastens wille, wiens ziele hem evenzeer ter harte gaat, maar de weg der goddelozen maakt, dat zij als in een woestijn rondom zwerven.