19. Alzo is de gerechtigheid, wanneer men standvastig tot het einde daarbij volhardt, de weg ten leven, en schenkt heil, redding en zaligheid, gelijk hij, die het kwade najaagt, zich geen gewin en vreugde verschaft, maar naar zijnen dood voortholt, en zijn eigen ongeluk en zijne eeuwige verdoemenis najaagt.
Hierbij is op te merken, dat vrome mensen ook wel zondigen maar de goddelozen jagen het kwade na; het zondigen is als het ware hun handwerk.. 20. De verkeerden van hart, die aan leugen en goddeloosheid zijn overgegeven, zijn den HEERE een gruwel, want bij Hem is alles licht en waarheid; maar de oprechten van weg, die door het licht der hemelse waarheid geleid worden, en alzo trachten naar het eeuwige leven te geraken, zijn aangenaam in Gods ogen, en ondervinden Zijn welgevallen 1) (Hoofdstuk 2:21; 17:20),
1) Hier wordt ons nu bericht, dat niets meer beledigend is voor God dan de dubbelzinnigheid en huichelarij, welke aangeduid wordt door het hier vertaalde woord, verkeerdheid van harte en waardoor zulk iemand verstaan wordt, die het goede voorgeeft, maar het kwade bedoelt, en in kromme paden wandelt, opdat hij niet ontdekt wordt..