Spreuken 10:9
Hier wordt ons gezegd, en wij kunnen er staat op maken:
1. Dat der mensen oprechtheid hun veiligheid zal zijn, die in oprechtheid wandelt tegenover God en de mens, is aan beide getrouw, hij, die bedoelt wat recht is en meent wat hij zegt, wandelt zeker, hij is veilig onder de bescherming van God, kalm en stil in heilige gerustheid. Met nederige stoutmoedigheid gaat hij zijns weegs, welgewapend tegen de verzoekingen van Satan, de beroeringen van de wereld en de verwijten van de mensen. Hij weet op welke grond hij staat, welke gids hij volgt, door welke wacht hij omringd is, en naar welke heerlijkheid hij heengaat, en daarom gaat hij in volle verzekerdheid voorwaarts en heeft grote vrede. Jesaja 32:17, 33:15, 16. Sommigen vatten het op als behorende tot het karakter van een oprechte, dat hij zeker wandelt, in tegenstelling met een wandelen in den blinde of op goed geluk, hij durft niet doen hetgeen waarvan hij in zijn eigen geweten niet ten volle overtuigd is dat het wettig en geoorloofd is, maar in alles wil hij dat zijn weg volkomen vlak en duidelijk voor hem is.
2. Dat der mensen oneerlijkheid hun schande zijn zal. Die zijn wegen verkeert, die zich ter zijde afwendt op kromme wegen, die veinst tegenover God en de mensen, heen ziet naar de ene kant, en roept naar de andere kant, hoewel hij zich voor een tijd kan vermommen, een schone schijn kan aannemen, zal hij toch bekend worden voor wat hij is, duizend tegen een, of hij zal zichzelf vroeg of laat verraden. Hoe dit zij, God zal hem op de grote dag voor ieders oog ontdekken, hij, die zijn wegen verkeert, " documento erit, van hem zal een voorbeeld gemaakt worden", ter waarschuwing van anderen, aldus vatten sommigen het op.