Spreuken 10:2-3
Deze twee verzen spreken in dezelfde zin, het laatste kan beschouwd worden als de reden voor het eerste.
1. Dat rijkdom, op onrechtvaardige wijze verkregen, hun geen goed zal doen, omdat God hem vernietigt, schatten van de goddeloosheid doen geen nut, vers 2. De schatten van de goddelozen doen geen nut, en nog veel minder de schatten, waarvan zij zich meester hebben gemaakt door slechte middelen, door verdrukking of bedrog, al zijn zij ook nog zo groot, al worden zij ook nog zo veilig bewaard, al zijn het ook verborgen schatten, zij baten de mens niet als de rekening van winst en verlies wordt opgemaakt zal het gewin, door die schatten verkregen, volstrekt niet opwegen tegen het verlies, dat door de goddeloosheid werd veroorzaakt, Mattheus 16:26. Zij doen geen nut aan de ziel, zij zullen er geen waar genot of geluk voor kunnen kopen, zij zullen de mens van generlei nut of dienst zijn als hij sterft, of in de grote dag des oordeels, en de reden ervan is, dat God de have van de goddelozen wegstoot, vers 3, wat zij onrechtvaardig verkregen hebben, ontneemt Hij hun, en daarbij ontziet Hij de rijken evenmin als de armen. Dikwijls zien wij datgene verstrooid door de gerechtigheid van God, wat door de ongerechtigheid van de mensen bijeenvergaderd werd. Hoe kunnen de schatten van de goddeloosheid nut doen, als God, hoewel zij geacht worden have te zijn, ze wegstoot, zodat zij verdwijnen als een schaduw?
2. Wat eerlijk verkregen wordt, zal gedijen, want God zal het zegenen. De gerechtigheid redt van de dood, dat is: rijkdom, op een goede wijze verkregen, en behouden, en gebruikt, (gerechtigheid betekent beide eerlijkheid en barmhartigheid), beantwoordt aan het doel van de rijkdom, hetwelk is: ons bij het leven te houden en ons een bescherming te zijn, hij zal ons redden van de oordelen, die de mensen over zichzelf brengen door hun goddeloosheid, hij zal hun dermate van nut zijn, dat hij hen redden zal, zo niet van de dag des doods, maar dan toch wel van de prikkel des doods, en bijgevolg ook van de verschrikking er van. Want de Heere laat de ziel des rechtvaardigen niet hongeren, vers 3, en aldus redt hun gerechtigheid van de dood, zuiver en alleen door de gunst van God over hen, die hun leven is en hun levensonderhoud, en hen in de honger bij het leven zal behouden. De ziel des rechtvaardigen zal in het leven worden gehouden door het Woord van God en geloof in Zijn beloften als de jonge leeuwen armoede lijden en hongeren.