Spreuken 10:22
Wereldlijke rijkdom is hetgeen, waarop de meeste mensen hun hart gezet hebben, maar over het algemeen vergissen zij zich zowel in de aard van de zaak zelf, die zij begeren als in het middel, waardoor zij haar hopen te verkrijgen. Daarom wordt ons hier gezegd:
1. Waarin de rijkdom bestaat, die in waarheid begerenswaardig is: niet alleen overvloed te hebben, maar hem hebbende, er geen smart bij te hebben, geen ontrustende zorg om hem te verkrijgen en te behouden, geen kwelling des geestes in de genieting ervan, geen pijnigende smart wegens het verlies ervan, geen schuld opgedaan door het misbruik ervan. Hem te hebben en daarbij een hart om er het genot van te smaken, er goed mee te doen, er God mee te dienen met blijdschap en verheuging des harten in het gebruik ervan.
2. Vanwaar deze begerenswaardige rijkdom verwacht moet worden ú niet door ons tot slaven te maken van de wereld, Psalm 127:2, maar door de zegen van God, die is het, die rijk maakt en er geen smart aan toevoegt. Wat van de liefde Gods komt, heeft de genade Gods tot gezellin, om de ziel te bewaren voor de onstuimige lusten en hartstochten, waarvan anders de toeneming van de rijkdom gewoonlijk de prikkel is. In vers 4 had hij gezegd: de hand van de vlijtige maakt rijk, als een middel maar hier schrijft hij het toe aan de zegen van God, maar die zegen is op de hand van de vlijtigen. Zo is het met geestelijke rijkdom. Vlijt om die te verkrijgen is onze plicht, maar van hetgeen verkregen wordt moet God al de eer ontvangen, Deuteronomium 8:17, 18.