Spreuken 10:16
Salomo bevestigt hier wat zijn vader gezegd had, Psalm 37:16. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen.
1. Een rechtvaardige heeft misschien niets meer dan waar hij hard voor werkt. Hij eet slechts de arbeid van zijn handen, maar die arbeid is ten leven, hij heeft niets anders op het oog dan een eerlijk levensonderhoud te verdienen, begeert niet rijk en voornaam te zijn, maar is tevreden om te leven en zijn gezin te onderhouden. Hij is ook niet slechts voor hemzelf ten leven, maar hij zal hem in staat stellen goed te doen aan anderen, hij arbeidt opdat hij wat hebbe te geven, Efeziers 4:28, al zijn werk strekt om op de een of andere wijze goed te doen. Het kan ook bedoeld zijn van zijn arbeid in de Godsdienst, hij geeft zich de meeste moeite voor hetgeen een strekking heeft ten eeuwigen leven, hij zaait in de geest, opdat hij het eeuwige leven zal kunnen maaien.
2. De rijkdom van de goddeloze is misschien een inkomst, waarvoor hij niet gearbeid heeft, maar waaraan hij gemakkelijk gekomen is, doch hij is ter zonde, hij maakt hem tot het voedsel en de brandstof van zijn lusten zijn hoogmoed en weelde. hij doet er kwaad mee en geen goed, hij doet er schade mee op, en wordt er door verhard in zijn boze wegen. De dingen van deze wereld zijn goed of kwaad, leven of dood, naardat zij gebruikt worden.