3. En wilt u de oorzaak van haar val en haar verwoesting, die de engel (
Hoofdstuk 14:8) en de profetie van het Oude Testament (
Jeremia 51:7.
Nahum 3:4) reeds te kennen hebben gegeven, nogmaals vernemen? Het is, omdat uit de wijn van de toorn van haar hoererij, van de wijn van haar hoererij, die de toorn van God tartte, (de woorden van de grondtekst luiden "van de ijver-wijn van haar hoererij en welke zij hun inschonk, alle volken gedronken hebben en de koningen van de aarde, door haar verleid, met haar gehoereerd hebben, en de kooplieden van wie zij haar waren verkreeg, rijk zijn geworden uit de kracht van haar weelde, omdat hetgeen zij nodig had om aan haar weelde te voldoen, veel gelegenheid gaf tot grote verdienste in de handel (
Vers 11).
De uitdrukking "afkomen van de hemel" geeft veelal te kennen een feitelijk ingrijpen van God, evenals ook bij het eerste Babel, toen zij de toren bouwden (Genesis 11:5, 7), de Heere van de hemel neerdaalde. De verwoesters van Babylon, het beest en zijn bezitter, zijn slechts werktuigen van de hogere macht, voorgesteld door de neerdalende engel, slechts volvoerders van het goddelijk vonnis. Daarom heeft ook deze engel grote macht; want die is nodig om het pausdom, die sterke tegenstander van het rijk van God, juist als het op het toppunt van zijn heerlijkheid staat, te doen vallen. van Zijn glans nu is de wereld verlicht; want het oordeel over Babylon is voor allen, die daarvan getuigen zijn een openbaring van de heerlijkheid van God, van Zijn heiligheid, wijsheid en macht.
Ten opzichte van het lot, dat Babel wacht, stijgt de profetische typiek tot een ontzettende wijze van uitdrukking. De stad, die geroepen was een woning een tent van God bij de mensen, de gemeente van de heiligen te worden, is veranderd in het tegendeel daarvan, in een woning van duivelse machten, van alle onreine geesten, van alle onreine afschuwelijke vogels. "Die de valse ijdelheden onderhouden, verlaten hun weldadigheid"; dat is de wet van het hemelse kerkrecht; hoeveel temeer zal deze wet van het heilig huis van God in de Kerk zelf worden volbracht, waaraan de werkelijke geheimen van God, de heiligende genade en waarheid tot redding van de zielen uit de ijdelheden was toevertrouwd en welke in plaats daarvan onder de gehuichelde schijn van valse heiligheid de onheilige geest van de wereld heeft gediend, begeerlijkheid naar rijkdom en levensgenot, pronkzucht, eergierigheid en lust tot wereldheerschappij, vervreemding van Gods woord en van het leven met Christus in God en het fanatisme tegen de ware getuigen van Jezus, de uit de geest geborenen, met alle kunstmiddelen heeft aangekweekt en systematisch bedreven, totdat het hele lichaam van Christus, de Christelijke kerk, door alle leden heen door deze onheilige geest aangestoken en door dit valse antichristische Christendom, als ware het echte, alleenzaligmakende, verleid en betoverd heeft.
Voor het oordeel, dat over Rome komt, geeft de engel drie redenen op: 1) hebben van de wijn van haar toorn van haar hoererij alle volken gedronken. Haar hoererij wordt hier genoemd met de eigenlijke uitdrukking "wijn van de ijver", omdat zij de volken niet alleen in het algemeen het nuchtere van oordeel en karakter ontrooft, maar hen ook zeer ijverig maakt, deels in het waarnemen van Roomse inzettingen en gebruiken, in zo verre hun geleerd wordt daarin hun zaligheid te zoeken, deels in het beoordelend fanatisme tegen andersdenkenden, in het bijzonder tegen de belijders van de waarheid. En evenals de volken van de ijver-wijn van haar hoererij hebben gedronken, zo hebben 2) de koningen van de aarde met haar gehoereerd. Het hoereren van de wereldse machten, in het bijzonder van de machten van Europa met het pausdom is een geschiedkundig feit sinds oude tijden; vorsten van aardse zin en oordeel, zo makkelijk verblind door de aardse glans, die hen omgeeft, hebben een natuurlijke vooringenomenheid voor de Kerk van Rome, voor de schitterende pronk van haar uiterlijk, voor het statige gebouw van de hiërarchie, die in de drievoudige kroon uitloopt. Het komt hun zo geschikt voor, om hun eigen tronen daaraan te bevestigen en Rome's gunstbewijzen hebben nog ten allen tijde de kracht van de betovering gehad. Van de paus de kroning of schitterende titels te verkrijgen, bij persoonlijke ontmoetingen of in geschriften vleiend door hem te worden begroet; de gouden roos of een kostbare relikwie of iets dergelijks onder hun kleinodiën te tellen, was de eerzucht van reeds vele vorsten; zoals hij vaak de leidster was van hun staatkundige wijsheid, om door overeenstemming of verbond met Rome de werkelijke of vermeende invloed van haar tot bevestiging of uitbreiding van eigen heerschappij aan te wenden. Wat een wedijver om de gunst van Rome zal dan pas beginnen, als dit door zijn verbond met het dier (Hoofdstuk 17:1-5) nog eens het toppunt van zijn macht en heerlijkheid zal bereiken! De grond van het oordeel van God over Babylon ligt eindelijk 3) daarin, dat de kooplieden van de aarde rijk zijn geworden door haar grote weelde. Om vorsten en volken door de betovering van aardse heerlijkheid en zinnelijk genot te boeien, om het oppronken van godshuizen en godsdienst te bekostigen, om aan zijn talrijke wereldlijke en klooster-geestelijkheid een rijk bestaan te verzekeren, heeft Rome de industriëlen en koorlieden reeds veel te handelen gegeven en de aanzienlijke goederen zowel als de vorstelijke inkomsten van vele van zijn waardigheidsbekleders en van zijn geestelijke genootschappen zijn een onuitputtelijke bron van winst voor deze, zonder dat zij van deze rijkdommen van de Kerk concurrentie te vrezen zouden hebben; want Rome consumeert wel; maar het produceert niet. Ook zou het kunnen zijn, dat Rome in zijn laatste ontwikkeling, als het wellicht de hoofdstad is geworden van het beest, dat de grote hoer draagt, van het laatste wereldrijk, alle uitzicht heeft, om evenals het oude Rome van de tijd van de keizer weer tot een aanzienlijke handelsstad toe te nemen, waarop onze plaats nog bijzonder toepasselijk zou zijn.
Daarop, dat de vorsten niet boven alle dingen Christus hebben gevreesd en bemind en of Hem hebben vertrouwd en daarop dat de volken met hun harten hingen aan wereldse bedrijven, aan luxe, aan gelijkvormigheid aan de wereld, rustte voor Babel de mogelijkheid, om alle volken te drenken met de wijn van de ijverij van haar hoererij en die overeenkomstig heeft het vervolgens volgens een vast plan hoe langer hoe meer de koningen tot hoererij, de volken tot haar gelijkvormigheid aan de wereld, haar geluk zoeken in de wereld en verzonken zijn in de Mammon, proberen te verleiden en daarin te doen wegzinken.
Met recht zegt David: "De stem van de Heere is met kracht". Dat de Heere Jezus hier krachtig met een grote stem roept, is een onderpand van de zekerheid, dat Hij ook met kracht handelen zal ten aanzien van de stad, die zich "Rome" (de sterke) noemt. "Zij is gevallen", roept Hij; want de ondergang van de stad had reeds plaats gehad: de vrouw bevond zich reeds in de woestijn. Rome zou worden tot een woonstede van de duivelen, en een bewaarplaats van alle onreine geesten en een bewaarplaats van alle onrein en hatelijk gevogelte". Gelijksoortig zijn bij Jesaja de uitdrukkingen, ten opzichte van het oude Babel en Edom. De onreine, boze geesten zijn zelf in een staat van verwoesting; daarom zijn zij gebannen naar plaatsen, die een afbeelding zijn van hun rampzalige, inwendige toestand. En zoals het onrein gevogelte uit zijn aard zodanige plaatsen ontvlucht, waar licht, leven en beweging is en zij in eenzame bouwvallen hun woonplaats zoeken, zo zijn ook de demonen, ten gevolge van hun natuur en van hun inwendig wezen, aan woeste plaatsen gebonden; want omdat hun leven zelf vernield is, kunnen zij ook slechts in het vernielde hun welgevallen vinden.
Hoewel dit op de eigenlijk genoemde kooplieden in alle delen van de wereld enigzins past, die door de weelde, die in het antichristische rijk of in deze grote stad Babel omgaat, rijk en machtig worden zoals hierna Vers 11 en vervolgens nader verklaard wordt, zo kan dit hier nochtans op de geestelijke koopmanschap, die in haar godsdienst en in het verkopen van geestelijke regeringen en ambten gepleegd wordt, wel zo goed gepast, worden, omdat daar alles voor geld te koop is. Te meer omdat ook de zielen van de mensen onder deze koopmanschap (Vers 13) worden gerekend en Vers 23 gezegd wordt dat de groten van de aarde deze kooplieden zijn geweest, waaronder de kardinalen, patriarchen, aartsbisschoppen, bisschoppen, abten en andere prelaten, voornamelijk worden verstaan, die zulke koopmanschap met hen drijven. (STATEN OVERZETT.). Hoofdstuk 14:8 roept een engel diezelfde woorden uit, maar kondigt daar het begin van de val van de antichrist aan, door de uitgang van de Kerk uit Babel in de tijd van de hervorming; maar hier is een aankondiging van de verwoesting van de stad Rome, geestelijk Babel genoemd, wegens de overeenkomst met het vorige heidense Babel. Haar val wordt aangekondigd met zulke woorden, die het alleruiterste verderf te kennen geven, wat ook gebruikt wordt van de verwoesting van het oude heidense Babel (Jesaja 13:21, 22; 34:13-15 13. 21, 22 Jeremia 51:37). Er zouden geen mensen meer in Rome wonen, maar onreine geesten en duivelen, die de aarde doorwandelen en naar de woeste plaatsen gebannen worden (Mattheus 12:43). De eenzame woeste steden en paleizen zijn het verblijf van de uilen, wouwen, gieren en ander door mensen en beesten gehaat gevogelte. Zo zou Rome worden verwoest.
Haar val is niet haar afval, waardoor zij een Babel wordt, maar haar verwoesting, die haar afval als rechtvaardige straf volgt. Het laatste deel van Vers 3 verklaren sommigen oneigenlijk van de Roomse geestelijkheid, die kooplieden zijn van aflaten enz., terwijl de zielen van de mensen onder koopwaren worden gerekend, waaruit de grootste schatten zijn toegevloeid. Beter gaat het echter als men het letterlijk verstaat van kooplieden, die om rijk te worden op aarde de aardse goederen, dienende tot pracht en weelde, te markt brengen.