Openbaring 11:3-13
Gedurende den tijd dat de heilige stad ver- treden wordt, heeft God zich Zijn getrouwe getuigen bewaard, die niet nalaten zullen de waarachtigheid van Zijn Woord en eredienst en de uitnemendheid van Zijn wegen te bevestigen. Merk op:
I. Het aantal van deze getuigen, dat is slechts klein, maar het is voldoende.
1. Het is slechts klein. Velen zullen in tijden van voorspoed zich Christus toe-eigenen en Hem erkennen, maar Hem in tijden van vervolging verloochenen. Een getuige, wanneer de zaak op de proef gesteld wordt, is meer waard dan velen in andere tijden.
2. Hun aantal is voldoende, want in den mond van twee of drie getuigen zal alle woord bestaan. Christus zond Zijne discipelen uit twee aan twee, om het Evangelie te prediken. Sommigen houden deze beide getuigen voor Henoch en Elia, die dan voor een tijd op aarde zullen wederkeren, anderen voor de gemeente der gelovige Joden en die uit de heidenen, maar het is waarschijnlijk dat zij Gods uitnemende getrouwe dienaren zijn, die niet alleen zullen voortgaan met de belijdenis van de Christelijke waarheid, maar haar ook in de zwaarste tijden zullen ver kondigen.
II. De duur van hun profeteren of getuigenis geven van Christus: duizend twee honderd en zestig dagen, dat is (naar velen menen) gedurende het tijdperk der regering van den antichrist. En indien het begin van dit tijdperk kon worden vastgesteld, zou dit aantal van profetische dagen, een dag voor een jaar genomen, ons het vooruitzicht geven wanneer het einde zal zijn.
III. Hun kleding en houding: zij zijn onder het profeteren met zakken bekleed, als dezulken, die ten diepste begaan zijn met den gezonken en bedroevenden toestand der gemeenten en der zaak van Christus in de wereld.
IV. Hoe zij ondersteund en voorzien werden gedurende de uitoefening van hun groot en moeilijk werk: Zij staan voor den God der aarde en deze geeft hun macht om te profeteren. Hij maakt hen gelijk Zerubbabel en Josia, de twee olijfbomen en de kandelaar uit het gezicht van Zacharia, Hoofdstuk 4:2 en v.v. God geeft hun de olie van den heiligen ijver, en moed, en sterkte, en vertroosting, Hij maakt hen olijfbomen, en de lampen hunner belijdenis worden brandende gehouden met de olie van inwendige genade-beginselen, welke zij van God ontvangen hebben. Zij hadden olie niet alleen in hun lampen, maar ook in hun vaten, gewoonten van geestelijken ijver, licht en leven.
V. Hun zekerheid en verdediging gedurende den tijd van hun profeteren: En zo iemand hen wil beschadigen, een vuur zal uit hun mond uitgaan en zal hun vijanden verslinden, vers 5. Sommigen denken dat dit een zinspeling is op Elia, die het vuur van den hemel afriep om de hoofdmannen met hun vijftigen te verteren, 2 Koningen 1:12. God beloofde den profeet Jeremia: Ziet, Ik zal Mijne woorden in uwen mond tot vuur maken, en dit volk tot hout, en het zal hen verteren, Jeremia 5:14. Door hun gebed en hun prediking, hun moed in het lijden, zullen zij de harten en gewetens van velen hunner vervolgers kwetsen en wonden, die zelf-veroordelend heengaan zullen en zich zelven ten schrik worden, gelijk Pashur door de woorden van den profeet Jeremia, Jeremia 20:4. Zij zullen dien vrijen toegang tot God en dien invloed bij Hem hebben, dat God op hun gebeden plagen en oordelen over hun vijanden brengt, gelijk Hij over Farao deed, om de wateren in bloed te verkeren, vers 6, en den dauw van den hemel tegen te houden, door den hemel te sluiten, vers 6, opdat er gedurende vele dagen geen regen valle, zoals Hij deed op het gebed van Elia, 1 Koningen 17:1. God heeft Zijn pijlen bereid voor de vervolgers, en plaagt hen dikwijls terwijl zij bezig zijn met het vervolgen van Zijn volk, zodat zij ondervinden dat het hard is de verzenen tegen de prikkels te slaan.
VI. Het doden van de getuigen: Ten einde hun getuigenis meer kracht bij te zetten, moeten zij dat met hun bloed bezegelen. Merk hier op:
1. Den tijd, wanneer zij gedood zullen worden.
Als zij hun getuigenis zullen geëindigd hebben. Zij zijn onsterfelijk, zij zijn onaantastbaar, tot zij hun werk verricht hebben. Sommigen menen dat hier vertaald moet worden, als zij op het punt staan hun getuigenis te eindigen. Wanneer zij gedurende ongeveer twaalf honderd en zestig dagen in zakken geprofeteerd zullen hebben, dan zullen zij eindelijk de laatste werking van anti-christelijke kwaadaardigheid gevoelen.
2. Den vijand, die hen overwinnen en doden zal, het beest, dat uit den afgrond opkomt, de Antichrist, het grote werktuig van den duivel, zal oorlog maken tegen hen, niet alleen met de wapenen van listige en fijn-gesponnen redeneringen, maar voornamelijk met openlijk geweld, en God zal toelaten dat Zijne vijanden tijdelijk de overhand krijgen over Zijn getuigen.
3. De barbaarse behandeling van deze gedode getuigen. De kwaadaardigheid hunner vijanden was door hun bloed niet voldaan, maar vervolgde zelfs hun dode lichamen.
A. Zij wilden hun geen rust in het graf gunnen, hun lichamen werden op den openbaren weg geworpen, de voornaamste straat van Babylon, of de heirweg, die naar de stad leidde. Die stad wordt geestelijk genoemd Sodom, om haar monsterachtige goddeloosheid, Egypte, om haar afgoderij en dwingelandij, en hier is Christus in Zijn mystieke lichaam meer dan in enige andere plaats der wereld gekruisigd.
B. Hun doden lichamen werd smaadheid aangedaan door de bewoners der aarde, en hun dood was een oorzaak van vreugde en feestviering voor de gehele anti-christelijke wereld, vers 10. Zij waren zeer verheugd bevrijd te zijn van deze getuigen, die hen door leer en voorbeeld verbijsterd, verschrikt en gepijnigd hadden in het geweten. Deze geestelijke wapenen raken het hart van de godlozen en vervullen hen met de grootste woede en kwaadaardigheid tegen de godvrezenden.
VII. De opwekking van deze getuigen en de gevolgen daarvan. Merk op:
1. Den tijd van hun opstanding: na drie dagen en een halven dag, vers 11, een korten tijd in vergelijking met den duur van hun profeteren. Hier ziet men een vingerwijzing naar de opwekking van Christus, die de opstanding en het leven is. Uwe doden zullen leven, ook mijn dood lichaam, zij zullen opstaan, Jesaja 26:19. Ook kan men er een herinnering in zien aan de opwekking van Lazarus op den vierden dag na zijn dood, toen ieder die voor onmogelijk hield. Gods getuigen mogen gedood worden, maar zij zullen weer opstaan, tot de algemene opstanding niet in hun personen, maar in hun opvolgers. God zal Zijn werk in de wereld doen herleven, wanneer het gestorven schijnt te zijn. 2. De kracht, waardoor zij opgewekt werden.
Een geest des levens is uit God in hen gegaan en zij stonden op hun voeten. God gaf niet alleen leven, maar ook moed in hen. God kan de dorre doodsbeenderen levend maken, de Geest des levens van God wekt de dode zielen op, zal de dode lichamen van Zijn volk opwekken, en evenzo Zijn stervende zaak in de wereld.
3. De uitwerking van hun opwekking op hun vijanden. Grote vrees is op hen gevallen. Het herleven van Gods werk en van Zijne getuigen zal de zielen van Zijn vijanden met ontzetting slaan. Waar schuld is, daar is vrees, en een geest van vervolging is wel wreed, maar niet moedig doch lafhartig. Herodes vreesde voor Johannes de Doper.
VIII. De hemelvaart van de getuigen en de gevolgen daarvan, vers 12. Merk op:
1. Hun hemelvaart. Onder den hemel kunnen wij hier gevoeglijk verstaan een uitnemender plaats in de gemeente, het koninkrijk van genade in de wereld, of een hoge plaats in het koninkrijk der heerlijkheid. Het eerste schijnt hier de bedoeling te zijn. Zij voeren op naar den hemel in een wolk (in figuurlijken en niet in letterlijken zin) en hun vijanden aanschouwden hen. Het zal geen gering gedeelte van de straf der vervolgers zijn, zowel in deze wereld als op den groten dag, te zien hoe Gods getrouwe dienstknechten grotelijks geëerd en bevoorrecht worden. Zij deden geen moeite om tot die eer op te stijgen, maar God riep hen en zei: Komt herwaarts op! De getuigen Gods moeten wachten op hun bevordering, zowel in de gemeente als in den hemel, tot God hen roept, zij moeten niet afkerig worden van het lijden en den dienst, niet te haastig naar de beloning grijpen, maar staan tot de Meester hen roept en dan mogen zij met blijdschap tot Hem komen.
2. De gevolgen van hun hemelvaart: een geweldige schok en ontroering in het anti-christelijk wereldrijk en de val van het tiende deel der stad. Sommigen menen dat hier gedoeld wordt op den aanvang van de Hervorming, toen vele vorsten en staten afvielen van hun onderwerping aan Rome. Dit grote werk ontmoette hevigen tegenstand, de gehele westerse wereld kreeg een zwaren schok en het anti-christelijk rijk werd een forsen slag toegebracht, waardoor het veel van zijn grond en belang verloor:
A. Door het zwaard des oorlogs, dat toen getrokken werd en dat vele strijders voor den Antichrist doodde.
B. Door het zwaard des Geestes. Zij zijn zeer bevreesd geworden. Zij werden overtuigd van hun dwaling, hun bijgeloof en hun afgoderij, en hebben den God des hemels heerlijkheid gegeven door ware bekering en omhelzing der waarheid. Zo zullen, wanneer Gods werk en getuigen herleven, het werk en de getuigen des duivels voor hen vallen.