Jeremia 33:10-16
Hier is een vervolg van de voorspelling van de gelukkige toestand van Juda en Jeruzalem na hun heerlijke terugkeer uit de gevangenschap, die tenslotte uitloopt op de heerlijkheid van het koninkrijk van de Messias.
I. Beloofd wordt, dat het volk, dat lang in ellende was, weer met vreugde vervuld zal worden. Iedereen kwam nu tot het besluit, dat het land voor altijd woest zou liggen, dat geen beest gevonden zou worden in Juda, geen inwoner op de straten van Jeruzalem, en dat er bijgevolg niets zou zijn dan algehele en altijddurende somberheid, vers 10- maar al duurt het wenen enigen tijd, de blijdschap zal terugkeren. Gedreigd was, Hoofdstuk 7:34, 16:9, dat "de stem van de vreugde en de stem van de blijdschap daar zou ophouden, maar hier wordt beloofd, dat zij zullen herleven, dat de stemme van de vrolijkheid en de stemme van de blijdschap daar wederom gehoord zal worden, omdat Hij de gevangenis wenden zal, want toen werd onze mond vervuld met lachen," Psalm 126:2.
1. Daar zal onderlinge vreugde zijn, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid, huwelijken zullen opnieuw gevierd worden, met liederen, die zij in Babel niet hadden willen zingen, want zij hadden hun harpen aan de wilgen gehangen.
2. Er zal daar godsdienstige blijdschap zijn, tempelliederen zullen herleven, "het gezang des Heeren, dat zij niet konden zingen in een vreemd land". In hun particuliere huizen en in de steden van Juda, zowel als in de tempel, zal gehoord worden: "de stem dergenen, die zeggen: Looft de Heere van de heirscharen." Niets strekt meer tot lof en eer van een volk, dan dat God onder hen geloofd en geprezen wordt. Dit zal de genade van hun terugkeer en herstel voltooien, dat zij tevens een hart zullen hebben om dankbaar te zijn, en God de eer te geven, de eer beide van de macht en de goedheid waardoor hun heil bewerkt is, zij zullen Hem loven, beide als "de Heere van de heirscharen, en als de God, die goed is, en Wiens goedertierenheid in eeuwigheid is". Hoewel een oud lied, zal het toch, bij deze nieuwe gelegenheid een nieuw lied zijn. We vinden dit letterlijk vervuld bij hun terugkeer uit Babel, Ezra 3:11. Zij zongen te zamen tot lof van de Heere, "dat Hij goed is, dat Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid is". De openbare dienst van God zal nauwgezet en ijverig waargenomen worden: Zij zullen "lof aanbrengen ten huize des Heeren." Al de offers waren bestemd tot lof van God maar dit schijnt bedoeld te zijn als geestelijke offers van nederige verering en blijde dankzegging, "de varren van onze lippen," Hosea 14:2, en het zal de Heere aangenamer zin dan een rund of var". De Joden zeggen, dat in de dagen van de Messias alle offers zullen ophouden behalve "de offerande des lofs, en verder moet deze belofte op die dagen toegepast worden.
II. Beloofd wordt, dat het land, `t welk lang woest gelegen had, opnieuw vervuld en bevolkt zal zijn. Nu was het woest, er was "geen mens en geen beest in, maar na hun terugkeer zullen de weiden opnieuw bekleed zijn met kudden," Psalm 65:13. In het land van Benjamin en in de steden van Juda zullen woningen van herders zijn, vers 12, 13. Dit betekent,
1. De rijkdom van het land na hun terugkeer. Het zal geen woning zijn van bedelaars die niets hebben, maar van herders en landlieden, bezitters van goederen, en van veel vee, in het land, waarnaar zij teruggekeerd zijn.
2. De vrede van het land. Het zal geen verblijfplaats van soldaten zijn, ook zullen er geen tenten en barakken opgeslagen worden om hen te huisvesten, maar er zullen herderstenten zijn, want zij zullen geen krijgsrumoer meer horen, en ook zal er niets zijn, om zelfs herders bevreesd te maken. Zie Psalm 144:13, 14.
3. De werkzaamheid van het land, en hun terugkeer tot hun oorspronkelijke eenvoud en natuurlijkheid, waarvan zij, in de tijd hunner bedorvenheid droevig ver afgeweken waren. In het begin roemde het zaad van Jakob daarin dat zij herders waren, Genesis 47:3, en dat zullen zij nu weer zijn zij zullen zich geheel aan die onschuldige bezigheid overgeven, zij zullen de kudden doen legeren en de kudden onder de hand des tellers doen doorgaan, vers 12, 13, want, hoewel hun kudden talrijk zijn, zijn zij niet ongeteld, en ook vergeten zij niet ze te tellen, om te kunnen weten of er een gemist wordt en dat te kunnen zoeken. Het is voorzichtig van hen, die ook maar iets ter wereld bezitten, rekening te houden van wat zij hebben. Sommigen menen, dat ze "onder de hand des tellers door gaan," om verdiend te worden, Leviticus 27:32. Dan mogen wij genieten van wat wij hebben, als God heeft gehad, wat Hem toekomt. Omdat het nu ongelofelijk scheen, dat een volk versmolten, zoals zij nu waren, ooit zo'n mate van vrede en overvloed zou herkrijgen, wordt hier een bekrachtiging van deze beloften, aan toegevoegd, vers 14 :Ik zal het goede woord verwekken, dat Ik gesproken heb. Hoewel de belofte soms lang werk heeft om vervuld te worden, komt de vervulling toch zeker. De dagen komen, al duurt het lang eer zij komen.
III. Om al deze zegeningen te bekronen, die God voor hen bewaard heeft, is hier een belofte van de Messias, en van die altijddurende gerechtigheid, die hij doen zal, vers 15, 16, en waarschijnlijk is dit het goede woord, die grote en vaste dingen, die God in later dagen, die nog komen moesten, zou volbrengen, zoals Hij aan Israël en Juda beloofd had, en waartoe hun terugkeer uit de gevangenschap en hun wederoprichting in hun eigen land een voorbereiding was. "Van de Babylonische overvoering tot Christus is een van de bekende tijdperken", Mattheus 1:17. Deze belofte van de Messias vonden wij reeds eerder, Hoofdstuk 23:5, 6, en daar was het de bevestiging van de belofte van de herders, die God over hen stellen zou hetgeen doet denken dat de belofte hier van de herders en hun kudden, die er aan voorafgaat, figuurlijk verstaan moet worden. Hier wordt Christus geprofeteerd,
1. Als een wettig koning. Hij is een "Spruit van de gerechtigheid," geen overweldiger, want Hij spruit uit David, komt voort uit Zijn lendenen, met wie het verbond des koninkrijks gemaakt was, en is dat Zaad, met Wien het verbond zou opgericht worden, zodat Zijn recht onaantastbaar is.
2. Als een rechtvaardig Koning, rechtvaardig in het geven van wetten, in het voeren van oorlog, is de rechtspraak, rechtvaardig in het herstel van hen, die onrecht lijden en in het straffen van hen, die onrecht doen: "Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde." Dit kan wijzen op Zerubbabel, het type van een, die rechtvaardig regeert, niet zoals Jojakim gedaan had, Hoofdstuk 22:17, maar het heeft een diepere betekenis in Hem, wie alle oordeel is toevertrouwd en die "de wereld zal richten in gerechtigheid."
3. Als een Koning, die Zijn onderdanen tegen alle onrecht zal beschermen. "Door Hem zal Juda verlost worden van de toorn en van de vloek, en aldus verlost, zal Jeruzalem zeker wonen, bevrijd van de vrees voor kwaad, en een heilige zekerheid en vrolijkheid van gemoed genieten, in afhankelijkheid van het gedrag van deze Vredevorst, de vorst van hun vrede."
4. Als een Koning, die geloofd zal worden door Zijn onderdanen: "Deze is de naam waarmee zij Hem noemen zullen (dat is de Chaldeeuwse en Syrische lezing en die van het volks-Latijn), deze ijn naam zullen zij uitroepen, en erin roemen, en met deze naam zullen zij Hem aanroepen". Meer in overeenstemming met het oorspronkelijke is de lezing: "Deze is het, die haar roepen zal:" DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID. Zoals Mozes' altaar genoemd wordt: "De Heere is mijn banier," Exodus 11:15, en Jeruzalem: DE HEERE IS ALDAAR Ezechiël 48:35, betekenende, dat zij roemen in de Heere, als bij hen tegenwoordig en hun banier, zo wordt hier de stad genoemd: DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID, omdat zij roemen in de Heere als hun gerechtigheid. Wat tevoren gezegd werd te zijn de naam van Christus (zegt Gataker), wordt hier Jeruzalem als naam gegeven, de stad van de Messias, de kerk van Christus. Hij is het, die haar gerechtigheid toebedeelt, want "Hij is ons geworden rechtvaardigheid van God," en door die naam te dragen, belijdt zij, dat zij al haar rechtvaardigheid niet heeft van zichzelf, maar van Hem. "In de Heere zijn gerechtigheden en sterkte, Jesaja 45:24. En ons heeft Hij gemaakt "rechtvaardigheid Gods in Hem." De inwoners van Jeruzalem zullen deze naam van de Messias zo veel in de mond hebben, dat zij er zelfs naar genoemd zullen worden.