16. Verder zei de HEERE tot Mozes, toen het na enige tijd duidelijk gebleken was, dat Farao er niet aan dacht zijn in
Vers 8 gegeven belofte te houden: Zeg, 1) tot Aäron: Strek uw staf uit, en sla het stof van de aarde, 2) dat het tot luizen3) wordt, in geheel Egypte.
1) Het is waarschijnlijk, dat ook deze plaag niet gekomen is, voordat het aan Farao was bekend gemaakt..
2) Terwijl de beide eerste plagen met de Nijl in verband stonden, en hem, de vader van de Egyptische goden (Osiris) tot een vloek en een gruwel voor hen maakten, moet de derde plaag betrekking hebben op de vruchtdragende bodem van het land, die als de ontvangende, de door de Nijl bevruchte natuurkracht, eveneens goddelijke ere ontving (Isis). Zo moest het Egyptische heidendom steeds verder omvergerukt worden en Jehova zich als de enige Heer van Egypte betonen..
Velen menen, maar ten onrechte, dat wij hier aan een zeker soort muggen moeten denken; maar zij vergeten daarbij, dat het hier juist een plaag betrof-en dat doet Gods Woord herhaaldelijk en met kracht, als opzettelijk uitkomen-die uit de aarde en niet uit het water haar oorsprong nam. Het is bekend, dat de muggen bovenal in het water broeden; terwijl hier van het stof van de aarde, dat luizen werd, sprake is. Ook toont men dan de eigenlijke betekenis van de plaag niet juist gevat te hebben. Wat de kikvorsen uit het water moesten aanduiden, datzelfde moesten de luizen uit het stof van de aarde getuigen: de walgelijke onreinheid van de zonde. Wat de kracht van het oorspronkelijke woord (kinniem) betreft, dat wij aldus vertaald hebben, het betekent eigenlijk: dich opeen gedrongen, overal nestelend, wriemelend ongedierte, dat, klein als stof, met opeengepakte menigte de voorwerpen bedekt, en een voorwerp van walging voor ieder is. Bloed, kikvorsen, luizen, al deze samen wijzen op dood, schuld en stuitende onreinheid..
Tenzij de Egyptenaars meer dan onnozel en zinneloos zijn geweest, moeten zij deze vergelijking gemaakt hebben bij zichzelf, wat eindelijk wel zou geschieden, indien de Schepper van hemel en aarde met geheel Zijn legermacht op hen aanviel, om hen te verderven, waar zij zagen, dat zij nu reeds, in een kleine strijd, bijna verdorven werden. Laten wij nu daaruit leren, dat alle schepselen God ten dienste staan, zo dikwijls Hij ze gebruiken wil, om Zijn vijanden te kastijden; vervolgens, dat geen diertje zo gering of onbeduidend is, hetwelk geen macht genoeg ten dienste staat, om schade toe te brengen, wanneer het van Gods wege daartoe wordt toegerust; eindelijk, dat de goddelozen, door hun overmoed hiertoe eindelijk komen, dat zelfs wormen en luizen tot hun eeuwige schade over hen de heerschappij krijgen..
3) Het Hebreeuwse woord "Kinniem" is in onze vertaling door: "luizen" vertaald; bijna alle uitleggers van de tegenwoordige tijd verstaan hieronder "muggen of muskieten". Deze zijn zeer klein, met het blote oog nauwelijks te zien; zij komen na de in oktober plaats hebbende rijstoogst in groten getale uit de overstroomde velden te voorschijn, waar het voorgaande geslacht zijn eieren gelegd heeft, en worden tot een zeer lastige plaag, daar zij bij mensen en dieren in neus en oren kruipen, hun in de ogen vliegen en door hun steken een smartelijke jeuk veroorzaken. Blijft men bij de gewone vertaling, die ook Luther heeft, en welke de Bijbelse natuuronderzoeker Bochart in zijn beroemd Hiërozoïcon verdedigt, zo komt er bij het lastige van de plaag iets beschimpends, en is het duidelijk, waarom de tovenaars juist bij dit teken met hun bezweringskunsten, ondanks de duivelse hulp, te schande worden, daar er hier niets natuurlijks meer voorhanden is dat de boze geesten in hun dienst konden aanvoeren..