Exodus 24:1-8
De eerste twee verzen bevatten de bepaling voor een tweede zitting op de berg Sinaï om wetten te maken, nadat de eerste zitting geëindigd was. Als er gemeenschap gekomen is tussen God en ons, dan zal die nooit van Zijn zijde ophouden, zo zij niet eerst van onze zijde werd afgebroken. Mozes krijgt bevel om Aaron en zijn zonen en de zeventig oudsten van Israël mee te brengen, opdat zij getuigen zouden zijn van de heerlijkheid Gods en van de gemeenschap met Hem, waartoe Mozes geroepen was, en hun getuigenis het geloof des volks zou bevestigen. Bij dit naderen tot God:
1. Moeten zij allen grote eerbied betonen: Buigt u neer van verre, vers 1. Eer zij naderden, moesten zij zich neerbuigen. Aldus moeten wij met ootmoedige en plechtige aanbidding tot Gods voorhoven ingaan, naderen als degenen, die hun afstand weten te houden en het neerbuigende van Gods genade bewonderen als Hij ons toelaat tot Hem te naderen. Nadert men tot grote vorsten in een houding des lichaams, die van diepe eerbied getuigt? En zal dan de ziel, die tot God nadert, niet voor Hem neergebogen zijn?
2. Zij moeten opgaan tot de Heere, (en zij, die tot God willen naderen, moeten opklimmen) doch Mozes alleen moet naderbij komen, waarin hij een type is van Christus die, als Hogepriester alleen ingegaan is in het heiligdom.
In de volgende verzen hebben wij het plechtig verbond, gemaakt tussen God en Israël en de uitwisseling van de ratificaties, en zeer plechtig was deze handeling, waarin een afschaduwing was van het verbond van de genade tussen God en de gelovigen door Christus.
I. Mozes verhaalde aan het volk de woorden des Heeren, vers 3. Hij heeft hen niet blindelings in het verbond geleid, hun ook geen Godsvrucht geleerd, die de dochter was van de onwetendheid, maar hun al de geboden, algemene en bijzondere, van de vorige hoofdstukken voorgelegd, en hun eerlijk en rond afgevraagd of zij, al of niet, zich aan deze wetten wilden onderwerpen?
II. Eenstemmig heeft het volk instemming betuigd met de voorgestelde voorwaarden, zonder enigerlei voorbehoud of uitzondering: Al deze woorden, die de Heere gesproken heeft, zullen wij doen. Tevoren hadden zij er in het algemeen in toegestemd om onder Gods regering te zijn, Hoofdstuk 19:8, hier geven zij in het bijzonder hun toestemming tot de wetten, die nu gegeven zijn. Och dat zij zo'n hart hadden gehad! Hoe goed zou het zijn, als de mensen altijd zo'n goede gezindheid hadden, als zij soms schijnen te hebben! Velen stemmen in met de wet, maar leven er niet naar, zij hebben er niets tegen in te brengen, en toch laten zij zich niet bewegen om er door geregeerd te worden.
De strekking van het verbond is: dat, zo zij de voornoemde geboden willen houden, God de voornoemde beloften zou vervullen. "Gehoorzaamt en weest gelukkig." Hier wordt de koop gesloten.
Merk op:
1. Hoe het geschreven werd in het boek des verbonds: Mozes beschreef al de woorden des Heeren, vers 4, opdat er geen dwaling of vergissing zou zijn, waarschijnlijk heeft hij ze geschreven, zoals God ze hem gedicteerd heeft op de berg. Zodra God zich een volk had afgezonderd in de wereld, regeerde Hij het door een geschreven woord, zoals Hij daarna altijd gedaan heeft, en altijd doen zal, zolang de wereld bestaat en de kerk in haar. Toen nu Mozes de artikelen van overeenkomst tussen God en Israël beschreven had, las hij ze voor de oren des volks, vers 7, opdat zij volkomen kennis zouden hebben van de zaak, en zouden kunnen nagaan, of zij bij nader bedenken ten opzichte van geheel de zaak nog van hetzelfde gevoelen waren. En wij kunnen aannemen dat zij het waren, want hun woorden, vers 7, zijn dezelfde als die zij geweest zijn, vers 3, maar nog iets sterker: Al wat de Heere gesproken heeft (hetzij dan goed of kwaad voor vlees en bloed, Jeremia 42:6), zullen wij doen, dat hadden zij tevoren gezegd, maar nu voegen zij er nog bij: "en gehoorzamen, niet slechts zullen wij doen wat geboden is, maar ook in alles wat nog verder geboden zal worden, zullen wij gehoorzaam zijn. Kloekmoedig besluit, zo zij er slechts bij gebleven waren! Zie hier: dat Gods verbonden en geboden zo onbetwistbaar rechtvaardig en billijk zijn en zo zeer in ons voordeel, dat, hoe meer wij er over nadenken, en hoe duidelijker en vollediger zij ons voorgesteld worden hoe meer reden wij zullen vinden om er mee in te stemmen en er ons naar te voegen.
2. Hoe het verzegeld werd door het bloed des verbonds, opdat Israël een sterke vertroosting zou hebben door de bekrachtiging van Gods beloften aan hen, en onder sterke verplichtingen zou zijn door de bekrachtiging van hun beloften aan God. Aldus heeft de oneindige Wijsheid middelen beraamd om ons te bevestigen, beide in ons geloof en in onze gehoorzaamheid, opdat wij er in aangemoedigd zullen worden tot onze plicht, en er toe verbonden zullen zijn. Het verbond moet gemaakt worden met offerande, Psalm 50:5, omdat er, sedert de mens gezondigd heeft en de gunst zijns Scheppers heeft verbeurd, geen gemeenschap kan zijn door een verbond, voordat er vriendschap gesloten en verzoening gedaan is door offerande.
A. Om dus toebereidselen er voor te maken dat de partijen over en weer hun zegel zouden hechten aan dit verbond:
a. Bouwt Mozes een altaar ter ere Gods, hetwelk in al de altaren, die gebouwd werden, voornamelijk bedoeld was en dat in de eerste plaats in het oog moest gehouden worden bij het verbond, dat zij nu stonden te bezegelen. In geen van de handelingen Gods met de kinderen van de mensen kan iets aan Gods volmaaktheden worden toegevoegd, maar zij zijn er allen in geopenbaard en verheerlijkt, daarom wil Hij nu door een altaar voorgesteld worden, om te kennen te geven dat al wat Hij van hen verwachtte was, dat zij Hem zullen eren, en dat zij, Zijn volk zijnde, Hem zouden zijn tot een naam en tot lof.
b. Richt hij twaalf pilaren op, naar het getal van de stammen, deze moesten het volk voorstellen, de andere partij in het verbond, en wij kunnen onderstellen, dat zij opgericht werden tegenover het altaar en dat Mozes, als middelaar, daartussen heen en weer ging. Waarschijnlijk heeft iedere stam zijn eigen pilaar opgericht en gekend, en stonden hun oudsten er bij.
c. Bepaalde hij dat offeranden gedaan zouden worden op het altaar, vers 5, brandofferen en dankofferen, die echter bedoeld waren om verzoening te doen. Het is voor ons van geen belang om te onderzoeken, wie deze jongelingen waren, die gebruikt werden voor de dienst om deze offerande te offeren, want Mozes zelf was de priester, en wat zij deden, deden zij zuiver en alleen als zijn dienaren, op zijn bevel en volgens zijn aanwijzing. Ongetwijfeld waren het mannen, die door hun lichaamskracht geschikt waren voor deze dienst, en door hun rang of aanzien onder het volk het meest geschikt waren voor deze eer. B. De toebereidselen gemaakt zijnde, heeft van weerszijden de bekrachtiging op zeer plechtige wijze plaatsgehad.
a. Een deel van het bloed van het offer, door het volk geofferd, werd op het altaar gesprengd, vers 6, hetgeen te kennen gaf, dat het volk zich in hun leven en bestaan toewijdde aan God en Zijn eer. In het bloed (dat het leven is) van de geslachte offers werden alle Israëlieten Gode als levende offeranden voorgesteld, Romeinen 12:1. Het overige van het bloed van de offerande, die door God was aangenomen, werd of op het volk zelf, vers 8, of op de pilaren gesprengd, die het volk voorstelden, waardoor te kennen werd gegeven, dat God hun genadig Zijn gunst verleende, met al de vruchten of gevolgen dier gunst, en dat Hij hun al de gaven zou geven, die zij konden verwachten van een God, die met hen verzoend en in verbond gekomen is door offerande. Dit deel van de plechtigheid werd aldus verklaard: "zie, dit is het bloed des verbonds, zie hier hoe God het verzegeld heeft om u een God te zijn, en hoe gij verzegeld hebt om Hem een volk te zijn, Zijn beloften aan u en de uwe aan Hem zijn beide ja en amen."
Aldus heeft onze Heere Jezus, de Middelaar des nieuwen verbonds (van wie Mozes een type was) zichzelf als een offerande Gode geofferd hebbende op het kruis, opdat Zijn bloed in waarheid het bloed des verbonds zou zijn het gesprengd op het altaar in Zijn Middelaarsvoorbede, Hebreeën 9:12, en sprengt het op Zijn kerk door Zijn woord en Zijn inzettingen, en de invloeden en werkingen van de Geest van de belofte, door wie wij verzegeld zijn. Hijzelf scheen te verwijzen naar deze plechtigheid, toen Hij, bij de instelling van het Avondmaal, zei: "Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament," (of Verbond) "in Mijn bloed." Vergelijk hiermede Hebreeën 9:19, 20.