Exodus 24:12-18
De openbare plechtigheid van het bezegelen van het Verbond nu voorbij zijnde, wordt Mozes geroepen om nadere instructies te ontvangen welke wij in de volgende hoofdstukken zullen vinden.
1. Hij wordt geroepen op de berg, en bleef er gedurende zes dagen op enige afstand. Hij ontvangt het bevel, vers 12 :"Kom tot Mij op de berg, en wees aldaar", dat is: Verwacht daar lang te zullen blijven. Zij, die gemeenschap met God willen hebben, moeten niet alleen tot de inzettingen komen, zij moeten er ook bij blijven. Zalig zij, die in Zijn huis wonen, niet, die er slechts nu en dan een bezoek brengen. Kom op de berg, en Ik zal u een wet geven, om hen te onderwijzen. Mozes onderwees hun niets anders dan wat hij van de HEERE had ontvangen, en hij ontving niets van de HEERE dan wat hij hun onderwees, want hij was getrouw zowel aan God en aan Israël, en heeft niets ervan verminderd, noch er iets aan toegevoegd, maar zich nauwkeurig aan zijn instructies gehouden. Daar hij nu deze orders ontvangen had:
Stelde hij Aäron en Hur aan om rechters te zijn in zijn afwezigheid, om vrede en orde te houden in de vergadering, vers 14 Toen hij opklom tot de berg, wilde hij de zorg van de regering achterlaten, opdat zijn geest niet afgeleid zou worden, maar hij wilde het volk toch niet laten als schapen zonder herder, nee, zelfs niet gedurende enige dagen. Goede vorsten bevinden dat de regering een voortdurende zorg voor hen is, en hun volk bevindt haar een voortdurende zegen te zijn.
2. Nam hij Jozua mee naar de berg, vers 13. Jozua was zijn dienaar, en het zal hem aangenaam wezen hem als metgezel bij zich te hebben gedurende de zes dagen, die hij op de berg bleef, eer God hem riep. Jozua zal zijn opvolger wezen, en daarom werd hij aldus voor het volk boven de overige oudsten geëerd, opdat zij hem later des te zeker als hun leidsman en bestuurder zullen aannemen, en aldus werd hij voorbereid tot de dienst door opgeleid te wezen in gemeenschap met God. Jozua was een type van Christus, en, (zoals de geleerde bisschop Pearson terecht opmerkt) Mozes neemt hem mee op de berg, omdat er zonder Jezus, in wie al de schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn, geen inzicht kan wezen in de verborgenheden van de hemel en geen toegang tot de heerlijke tegenwoordigheid Gods.
3. Een wolk bedekte de berg gedurende zes dagen, een zichtbaar teken van Gods bijzondere tegenwoordigheid aldaar, want Hij toont zich aan ons op zulk een wijze, dat Hij zich tegelijk voor ons verborgen houdt. Hij laat ons zoveel weten, dat wij verzekerd zijn van Zijn tegenwoordigheid, macht en genade, maar tevens geeft Hij ons te kennen dat wij Hem niet volkomen kunnen ontdekken. Gedurende deze zes dagen bleef Mozes wachten om in de audiëntiezaal geroepen te worden, vers 15, 16. Aldus heeft God het geduld van Mozes op de proef gesteld en zijn gehoorzaamheid aan het bevel, vers 12, "Wees aldaar". Indien Mozes- evenals Saul, 1 Samuël 13:8, 9 het wachten moe was geworden en gezegd had: Wat zou ik verder op de HEERE wachten, dan zou hem de eer ontgaan zijn van in de wolk te gaan, maar gemeenschap met God is wel waard om er op te wachten. En het is goed dat wij ons met plechtige tussenpozen tot plechtige inzettingen begeven, Psalm 108:2.
Op de zevende dag, waarschijnlijk de Sabbatdag, wordt hij in de wolk geroepen, vers 16. Nu opende zich de dikke wolk, ten aanzien van geheel Israël, en de heerlijkheid des HEEREN verscheen als een verterend vuur vers 17. God, ja onze God, is een verterend vuur, en als zodanig heeft het Hem behaagd zich te openbaren bij de wetgeving, opdat wij, wetende de schrik des HEEREN, bewogen worden om Hem te gehoorzamen, en er door toebereid mogen worden voor de vertroostingen van het Evangelie, en de genade en waarheid, die door Jezus Christus zijn geworden, ons des te meer welkom zullen zijn. Nu was:
1. Mozes ingaan tot de wolk zeer verwonderlijk. Mozes ging in het midden van de wolk, vers 18. Het was een buitengewone kalmte van gemoed, die Gods genade hem door deze zes dagen van voorbereiding geschonken had want anders zou hij de wolk niet hebben durven binnengaan, zeker niet, toen zij als in verterend vuur uitbrak. Mozes was er zich van verzekerd dat Hij, die hem riep, hem zou beschermen, en, zelfs in die heerlijke eigenschappen Gods, die voor de goddelozen de grootste verschrikking zijn, kunnen de heiligen zich met nederige eerbied verblijden. Hij, die in gerechtigheden wandelt en die billijkheden spreekt, kan bij dit verterend vuur wonen, zo als ons gezegd wordt in Jesaja 33:14,15. Er zijn personen en er zijn werken, die bestand zijn tegen het vuur, 1 Corinthiërs 3:12 en verv. en sommigen, die vrijmoedigheid zullen hebben tot God.
2. Zijn blijven in de wolk is niet minder verwonderlijk, hij was er veertig dagen en veertig nachten. Het schijnt wel dat de zes dagen, vers 16, geen deel uitmaakten van de veertig, want gedurende deze zes dagen was Jozua bij Mozes, die van het manna at en dronk uit de beek, vermeld in Deuteronomium 9:21, en terwijl zij samen waren, heeft Mozes waarschijnlijk met hem gegeten en gedronken, maar toen Mozes in het midden van de wolk geroepen werd, liet hij Jozua buiten, die terwijl hij op Mozes terugkomst wachtte, dagelijks bleef eten en drinken, doch van nu af aan bleef Mozes vasten. Ongetwijfeld zou God wat Hij nu aan Mozes te zeggen had in een dag hebben kunnen zeggen, maar tot verhoging van de plechtigheid van de zaak heeft Hij hem veertig dagen en veertig nachten bij zich op de berg gehouden. Hierin wordt ons geleerd veel tijd door te brengen in gemeenschapsoefening met God, en te achten dat die tijd het best besteed is, die aldus doorgebracht werd. Zij, die de kennis willen verkrijgen van Gods wil, moeten hem dag en nacht overdenken.