Spreuken 6:1-5
Het is de voortreffelijkheid van het Woord van God, dat het ons niet alleen Goddelijke wijsheid leert voor een andere wereld, maar menselijke voorzichtigheid voor deze wereld, opdat wij onze zaken met verstand regelen en besturen. En dit is een goede regel: Om het te vermijden borg te zijn, want daardoor komen dikwijls armoede en verderf in de gezinnen, waardoor die behaaglijkheid onder bloedverwanten teloor gaat, die hij in het vorige hoofdstuk had aanbevolen.
1. Wij moeten het borg-worden beschouwen als een strik, en het dienovereenkomstig weigeren, vers 1, 2. Het is al gevaarlijk genoeg voor een man om borg te worden voor zijn vriend, al is het ook iemand met wiens omstandigheden hij wel bekend is en van wiens trouw hij zich verzekerd kan houden, maar nog veel gevaarlijker is het om de hand daarvoor te geven aan een vreemde, borg te worden voor iemand die gij niet kent, van wie gij niet weet of hij bij machte is om te betalen, en of hij eerlijk is. Of de vreemdeling hier, aan wie de hand gegeven is, kan de schuldeiser zijn, de woekeraar, aan wie gij nu gebonden zijt, terwijl hij toch voor u een vreemdeling is, gij zijt hem niets schuldig, gij hebt niets van doen met hem gehad. Indien gij roekeloos zo'n verbintenis op u genomen hebt, hetzij er toe bepraat geworden, of omdat gij hoopt dat u op een andere tijd dezelfde dienst zal bewezen worden, zo weet dat gij verstrikt zijt met de redenen uws monds. Het werd gemakkelijk gedaan, door het spreken van een woord, uw handtekening te zetten op een stuk papier, een schuldbekentenis is spoedig ondertekend-maar het zal niet zo gemakkelijk zijn om er weer af te komen, gij zijt gevangen in een strik, meer dan gij weet of denkt. Zie hoe weinig reden wij hebben om de zonden van de tong gering te achten, als wij door een woord van onze mond schuldenaars kunnen worden van de mensen, en er aan blootgesteld kunnen worden dat zij gerechtelijk tegen ons optreden, door de woorden van onze mond kunnen wij onderhevig worden aan Gods gerechtigheid en aldus kunnen wij verstrikt zijn. Het is niet waar, dat woorden slechts wind zijn, zij zijn dikwijls strikken.
2. Als wij in de strik getrokken zijn, dan zal het onze wijsheid wezen, om door alle middelen en met alle mogelijke spoed er uit te komen, vers 3-5. Voor het ogenblik slaapt die zaak, wij horen er niets van, de schuld wordt niet ingevorderd, de hoofdpersoon zegt: Vrees niet, wij zullen wel zorgen dat alles goed uitkomt. Maar de schuldbekentenis is toch nog van kracht, de interest loopt op, de schuldeiser kan tot u komen wanneer hij wil, en hij kan misschien streng en haastig zijn. De hoofdpersoon kan blijken of een schelm te zijn, of onmachtig om te betalen, en dan moet gij uw vrouw en kinderen beroven, uw gezin tot ondergang brengen, om te betalen voor hetgeen gij niet gegeten hebt en niet gedronken hebt. En daarom: red u, rust niet voordat of de schuldeiser u uw schuldbekentenis teruggeeft, of de hoofdpersoon u tegenwaarborg gegeven heeft, als gij in de hand uws naasten gekomen zijt, en hij in het voordeel tegen u is, dan is het de tijd niet om te dreigen, of heftige woorden te spreken (dat zal slechts prikkelen en de zaak nog erger maken), maar onderwerp u, verzoek en smeek om kwijtschelding, smeek er om op uw knieen en geef hem al de goede woorden, die gij kunt, vraag uw vrienden om voor u te spreken, laat niets onbeproefd, totdat ge met uw wederpartij overeengekomen zijt en de zaak vereffend is, zodat uw schuldbekentenis niet tegen u en de uwen gebruikt wordt. Dat is een zorg, die uw slaap wel kan storen, en laat haar het doen, totdat ge uit de moeilijkheid zijt. Laat uw ogen geen slaap toe totdat gij u gered hebt Strijd en worstel tot het uiterste, en haast u, zoals een ree of een vogel zich redt uit de strik des vogelvangers of des jagers. Uitstel is gevaarlijk, en flauwe zwakke pogingen zullen niet baten. Zie welk een zorg God gedragen heeft in Zijn Woord, om de mensen goede beheerders te maken van hun bezittingen en hen voorzichtigheid te leren in het besturen ervan. De Godzaligheid heeft geboden, zowel als beloften, die betrekking hebben op het tegenwoordige leven.
Maar hoe moeten wij dit verstaan? Wij moeten niet denken dat het in ieder geval ongeoorloofd is om borg te worden voor een ander, het kan een daad van gerechtigheid of van barmhartigheid zijn. Hij, die vrienden heeft, kan reden zien om zich in zo'n geval vriendelijk te betonen, en dan is het geen daad van onvoorzichtigheid. Paulus is borg geworden voor Onesimus, Filemon: 19.. We kunnen een jonge man aan een zaak helpen, die wij kennen als eerlijk en vlijtig, en hem crediet verschaffen, door borg voor hem te blijven, en aldus bewijzen wij hem een grote dienst zonder schade of nadeel voor onszelf. Maar.
a. Het is ieders wijsheid, om zich zoveel mogelijk vrij van schulden te houden, want het is een belemmering voor hem, het verstrikt hem in de wereld, brengt hem in gevaar van onrecht te doen, of onrecht te lijden, die ontleent is des leners knecht, en maakt zich in vele opzichten tot een slaaf van de wereld. Daarom moeten Christenen, die duur gekocht zijn, zich niet aldus, zonder noodzaak, tot dienstknechten van de mensen maken, 1 Corinthiers 7:23.
b. Het is grote dwaasheid om ons met behoeftige lieden te verstrikken, aansprakelijk te worden voor hun schulden, die telkens en nogmaals en altijd maar weer geld opnemen, zoals wij zeggen, uit het ene gat in het andere, want tien tegen een, of het wordt vroeg of laat op ons dak geschoven. Een man moet nooit borg blijven voor meer dan hij in staat en bereid is om te betalen, en betalen kan zonder zijn eigen gezin tekort te doen, in geval dat de hoofdpersoon in gebreke blijft want hij behoort het te beschouwen als een schuld, die hij zelf heeft gemaakt. "Blijf niet borg boven uw vermogen, want als gij borg zijt, moet gij voor de betaling zorgen," Ecclesiasticus 8:13.
c. Als wij ons dwaselijk verstrikt hebben, dan zullen wij al ons verstand moeten gebruiken, om zo spoedig mogelijk uit de strik los te komen, geen tijd te verliezen geen moeite te sparen, voor geen onderwerping terug te deinzen om ons veiligheid en rust te verschaffen, en onze zaken in een goede toestand te brengen. Het is beter om ons aan een schikking te onderwerpen, dan ons te ruïneren door stijf op ons stuk te staan. Sterk uw naaste door u te bevrijden van uw verbintenissen voor hem, want een roekeloos borg blijven is evenzeer het bederf voor vriendschap, als een voorzichtig welberaden borg blijven een versterking ervan is.
d. Laat ons oppassen om op generlei wijs schuldig te worden aan anderer zonden tegen God, 1 Timotheus 5:22, want dat is erger en veel gevaarlijker dan aansprakelijk te zijn voor de schulden van anderen. En zo wij al die zorg moeten dragen om onze schulden aan de mensen kwijtgescholden te krijgen, veel meer nog moet het onze zorg wezen om met God verzoend te worden: " Onderwerp u aan Hem, verzeker u van Christus uw vriend, om voor u tussenbeide te treden, bid vurig dat uw zonden vergeven mogen worden, en dat gij gered moogt worden van neer te dalen in de kuil, en het zal niet tevergeefs zijn. Laat uw ogen geen slaap toe, noch uw oogleden sluimering voordat dit geschied is."