Spreuken 29:9
Aan een wijs man wordt hier de raad gegeven om geen rechtsgeding te beginnen met een dwaas, niet met hem te twisten, en niet te denken dat hij door met hem te redeneren recht van hem zal verkrijgen. Als een wijs man strijdt met een wijs man, dan kan hij hopen begrepen te worden, en in zover hij recht en rede aan zijn zijde heeft, zijn doel te bereiken tenminste de twist tot een einde te brengen en de zaak in van de minne te schikken, maar als hij twist met een dwaas, dan is er geen rust, hij zal er geen einde aan zien, hij zal er geen voldoening van hebben, maar heeft niets anders dan kwelling en onrust te wachten.
1. Hetzij de dwaas, met wie hij twist, verstoord is, of lacht, hetzij hij hetgeen tot hem gezegd wordt toornig of met minachting opneemt, er op smaalt of er de spot mee drijft, een van beide zal hij doen, en zo is er geen rust. Hoe het ook voorgesteld moge worden, het zal slecht worden opgenomen, en de wijste mens moet verwachten of bekeven, of bespot te worden, als hij met een dwaas twist. Wie twist met een mesthoop, moet verwachten dat hij, hetzij hij overwint of overwonnen wordt, verontreinigd zal worden.
2. Hetzij de wijze man zelf verstoord is of lacht, hetzij hij op ernstige of op grappige wijze handelt met de dwaas, of hij streng of opgeruimd met hem is, met een roede of in de geest van de zachtmoedigheid tot hem komt, 1 Corinthiers 4:21, het is om het even, er wordt geen goed gedaan. Wij hebben u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst, wij hebben u klaagliederen gezongen en gij hebt niet geweend.