Spreuken 29:8
1. Zie hier wie het zijn, die gevaarlijk zijn voor het publiek, het zijn spotdrijvende lieden. Als dezulken gebruikt worden in de aangelegenheden van de staat, doen zij de dingen overijld, omdat zij het minrachten om raad te nemen en te overwegen, zij willen daar de tijd niet voor nemen, zij handelen onwettig en onverantwoordelijk, omdat zij het minachten om zich door wetten en staatsinstellingen te laten belemmeren, zij worden ontrouw, omdat zij het minachten hun woord te houden, door hun woord gebonden te zijn, zij tergen het volk omdat zij het minachten hen te behagen, en zo verstrikken zij de stad door hun slecht gedrag of steken zij de stad in brand, zoals de kanttekening zegt, zij zaaien onenigheid tussen de burgers en stichten verwarring onder hen. Het zijn spotdrijvende lieden, zij spotten met de godsdienst, de verplichtingen van het geweten de vrees voor een andere wereld, en alles wat heilig en ernstig is. Zulke mensen zijn de plaag van hun tijd en van hun geslacht, zij brengen de oordelen Gods over een land, brengen de mensen aan het twisten en stichten overal verwarring.
2. Welke mensen een zegen zijn voor een land, de wijzen, die door het bevorderen van de godsdienst, die ware wijsheid is, de toorn van God afkeren, en die door wijzen raad twistende partijen met elkaar verzoenen en de schadelijke gevolgen van verdeeldheid voorkomen. Trotse en dwaze mensen ontsteken het vuur, dat wijze en Godvruchtige mensen moeten uitblussen.