Spreuken 29:6
1. Hier is het gevaar van een zondige weg, er is niet slechts een straf aan het einde ervan, maar er is een strik in, de ene zonde is een verzoeking tot een andere, en er zijn benauwdheden, die als een strik plotseling komen over boze mensen in het midden van hun overtredingen, ja hun overtreding zelf wikkelt hen in kwellingen, hun zonde is hun straf, en met de banden van hun zonde worden zij vastgehouden, Hoofdst. 5:22.
2. De lieflijkheid van de weg van de heiligheid. De strik, die in de overtreding van boze mensen is, bederft al hun vrolijkheid, maar de rechtvaardigen worden voor die strikken bewaard of er uit verlost, zij wandelen in vrijheid, wandelen in veiligheid, en daarom juichen zij en zijn blij. Zij, die God tot hun voornaamste blijdschap maken, zullen Hem tot de blijdschap van hun verheuging hebben, en het is hun schuld zo zij zich niet ten allen tijde verblijden. Indien er aan deze zijde van de hemel ware blijdschap is, dan smaken ongetwijfeld zij haar, wier wandel in de hemel is.