6. De wonden, de wondende slagen des liefhebbers, die u uit liefde ernstig met woord of daad kastijdt, zijn getrouw 1) en zullen u onderrichten en verbeteren (
Psalm 141:5); maar de vleiende en huichelachtige kussingen des verborgen haters zijn af te bidden, 2) want zij zijn gelijk aan den beet van een adder, die zijn vergif uitspuwt.
1) God slaat diepe wonden; de wereld kust en vleit; dat u door dezen uiterlijken schijn niet op een dwaalspoor brengen, en bedenk het wel bij wien evenwel de liefde woont, wie de trouwste liefhebber en vriend is.
Niet ieder, die verschoont, is een vriend, niet ieder, die slaat, een vijand. Beter is het met strengheid lief te hebben, dan met zachtheid te misleiden. Die den krankzinnige bindt en den trage tot den arbeid aandrijft is voor beiden gestreng maar heeft beiden toch lief. Wie kan ons meer liefhebben dan God? En toch houdt Hij niet op, ons niet alleen vriendelijk te onderrichten, maar ons ook tot ons heil uit den slaap op te schrikken, terwijl Hij dikwijls bij het pijnstillend verband, waarmee Hij ons troost de bittere artsenij der beproeving voegt..
Al vallen de bestraffingen van een goeden vriend in het eerst smartelijk, later zal men God er voor danken, indien zij door Zijne gunst tot bekering hebben geleid. Een kind zal dikwijls later een getrouw vader, die hem zonder verschoning bestrafte, te beter waarderen, meer dan een vader, die hem de roede spaarde.
2) Dit gold inzonderheid van de kussen van een Joab en een Judas.