Spreuken 27:19
Dit toont ons dat er een middel is:
1. Om onszelf te kennen, gelijk het water een spiegel is, waarin wij door terugkaatsing ons aangezicht zien, zo zijn er spiegels door welke het hart van de mens aan een mens ontdekt wordt, namelijk aan hemzelf. Laat een mens zijn eigen geweten onderzoeken, zijn gedachten, zijn neigingen en zijn bedoelingen. Laat hem zijn aangeboren aangezicht aanschouwen in de spiegel van de Goddelijke wet, Jakobus 1:23, dan kan hij bespeuren wat soort van man hij is en wat zijn ware aard is, dit te weten zal voor ieder mens van groot nut wezen.
2. Om naar onszelf elkaar te kennen want zoals er een gelijkenis is tussen het aangezicht van een mens en de weerkaatsing ervan in het water, zo is er ook een tussen het hart van de ene mens en dat van een ander, want God heeft van de mensen hart gelijk geformeerd, en in vele gevallen kunnen wij anderen beoordelen naar onszelf, hetgeen een van de grondslagen is, waarop de regel gebouwd is om aan anderen te doen wat wij wensen, dat aan ons gedaan zal worden, Exodus 23:9. Het ene bedorven hart is gelijk een ander, en dat is ook een geheiligd hart, want het eerste draagt hetzelfde beeld van de aardse, het laatste hetzelfde beeld van de hemelse.