Spreuken 26:28
Er zijn twee soorten van leugens, die beide even verfoeilijk zijn.
1. Een lasterende leugen, die openlijk hen haat, tegen wie de laster gesproken wordt. Een valse tong haat degenen, die zij verbrijzelt zij verbrijzelt hen door laster en smaad, omdat zij hen haat, en hen dus in het verborgene, waar zij geen beschutting hebben, kan wonden, en zij haat hen, omdat zij hen verbrijzeld heeft en hen tot haar vijanden heeft gemaakt. Het kwaad hiervan is openbaar en klaarblijkelijk, zij verbrijzelt, zij haat, en erkent het, en iedereen ziet het.
2. Een vleiende leugen, die in het geheim het verderf werkt van hen, tot wie zij gesproken wordt. Bij de eerste is het kwaad duidelijk, en de mensen kunnen er zich zo goed als zij kunnen tegen in acht nemen, maar bij deze wordt het weinig vermoed en de mensen verraden zich doordat zij hun eigen lof gaarne horen en geloven, de complimenten die hun gemaakt worden voor echte munt opnemen. Een wijs man zal dus meer vrezen voor een vleier, die kust en doodt, dan voor een lasteraar die openlijk de oorlog verklaart.