Spreuken 26:18-19
1. Zie hier hoe schadelijk diegenen zijn, die er geen bezwaar in vinden om hun naasten te bedriegen. Zij zijn als waanzinnigen, die vuursprankels, pijlen en dodelijke dingen werpen, evenveel kwaad kunnen zij veroorzaken door hun bedrog. Zij schatten er zich naar als beleidvolle schrandere mannen, maar in werkelijkheid zijn zij als waanzinnigen. Er is geen groter waanzin in de wereld dan een moedwillige zonde. Het is niet slechts de hartstochtelijke, doldriftige man, maar de boosaardige, bedrieglijke man, die een waanzinnige is. Hij is het, die in werkelijkheid vuursprankels, pijlen en dodelijke dingen werpt, hij doet meer kwaad dan hij zich kan voorstellen. Bedrog en leugen branden als vuursprankels, en doden, zelfs op een afstand, zoals pijlen.
2. Zie hoe beuzelachtig de verontschuldiging is, die de mensen gewoonlijk aanvoeren voor het kwaad, dat zij doen, namelijk dat zij het in scherts deden, daarmee denken zij er zich van af te maken, als zie er om bestraft worden, jok ik er niet mee? Maar het zal blijken gevaarlijk te zijn om met vuur te spelen of met snijdende gereedschappen. Niet dat zij moeten geprezen worden, die vitachtig zijn en geen grap, geen scherts kunnen vatten of verdragen zij, die zelf wijs zijn, moeten de onwijzen verdragen, 2 Corinthiers 11:19, 20, maar zij moeten voorzeker veroordeeld worden, die op enigerlei wijze schadelijk zij voor hun naasten, misbruik maken van hun lichtgelovigheid, hen bedriegen, in een koop, die zij met hen sluiten, hun leugens vertellen, leugens van hen vertellen, hen met vuile woorden toespreken, of hun goede naam bevlekken, en zich dan denken te verontschuldigen met te zeggen dat zij slechts schertsten: jok ik er niet mee? Hij, die zondigt in scherts, moet in ernst berouw hebben en zich bekeren, of zijn zonde zal zijn verderf zijn. De waarheid is een te kostbare zaak, om verkocht te worden voor een grap, en dat is ook de goede naam van onze naaste. Door in scherts te liegen en te lasteren, leren de mensen zichzelf en anderen om te liegen en te lasteren in ernst. Een vals gerucht, opgeworpen voor de grap, kan met boze bedoelingen worden verspreid, en als men een leugen kan zeggen om zich vrolijk te maken, waarom dan niet ook om zich rijk te maken? En zo gaat de waarheid te loor, en leren de mensen hun tong leugen te spreken, Jeremia 9:5. Als de mensen wilden bedenken dat een leugen van de duivel komt en naar het vuur van de hel heenvoert, dan zou dit het vermaak ervan wel bederven, het is palen en dodelijke dingen te werpen op henzelf.