Spreuken 25:4-5
Dit toont aan dat de krachtige pogingen van een vorst om de ondeugd te onderdrukken en de zeden zijn volks te verbeteren, het meest afdoende middel zijn om zijn regering te steunen.
Merk op:
1. Wat de plicht is van de magistraten: de weg van de goddeloze weg te doen, hun macht te gebruiken tot verschrikking van boze werken en van boze werkers, niet alleen hen uit hun tegenwoordigheid te bannen, die zich aan ondeugd overgeven, en hun de toegang tot het hof te ontzeggen, maar hen te verschrikken en in bedwang te honden, opdat zij de besmetting van hun ondeugden niet verder verspreiden onder hun onderdanen. Dit wordt genoemd "het schuim van het zilver weg te doen," hetgeen door de kracht van het vuur geschiedt. Goddeloze mensen zijn het schuim van een natie, het uitvaagsel van het volk, en als zodanig moet het weggenomen worden. Als de mensen het niet willen doen zal God het doen, Psalm 119:119. Als de goddelozen weggedaan worden van het aangezicht des konings, als hij hen begeeft en zijn verfoeiing betoont van hun boze wegen dan zal dit er zeer veel toe bijdragen om hun de macht te benomen om kwaad te doen. De verbetering van de zeden van het hof zal de verbetering van de zeden van het land ten gevolge hebben, Psalm 101:3, 8.
2. Wat er het voordeel van zal wezen, als zij deze plicht volbrengen.
a. Hun onderdanen zullen er beter door worden, zij zullen als gelouterd zilver worden, geschikt om er vaten van de ere van te maken.
b. Het zal de bevestiging zijn van de vorst, zijn troon zal door deze gerechtigheid bevestigd worden, want God zal zijn regering zegenen, het volk zal er zich onder buigen, en zo zal hij duurzaam zijn.