13. a) Een trouw gezant, zo als de wijze, die zijnen heer getrouw dient en de waarheid verkondigt, zo als hij haar van hem ontvangen heeft, is dengenen, die hem zenden, als de koude der sneeuw, 1) die ten dage des oogstes, als het weer heet is, van den Libanon gehaald en in kuilen bewaard wordt, want hij verkwikt zijns heren ziel (
Spreuken 10:26;
22:21).
a) Spreuken 13:17.
1) Hiermede wordt niet bedoeld, dat een trouw gezant van hem, die hem zendt, gelijk staat met de koude van de sneeuw, die zou neervallen in den oogsttijd, want dit zou een tegenstrijdigheid zijn. Sneeuw in den zomer is eerder een ramp, dan een zegen.
Hier wordt bedoeld de sneeuw van den Libanon gehaald, waarmee wat gedronken werd en door de hitte der Oosterse zon lauw was geworden, weer koel werd gemaakt, zodat het een verfrissende drank werd, en werkelijk kon dienen om den dorst te laven. De sneeuw nam daar dezelfde plaats in als bij ons het ijs in den zomer tot verkoeling van de dranken.