3. a) Een kloekzinnig mens, door God geleerd en ervaren in het leven (
Hoofdstuk 8:12 ), ziet het kwaadkomen, en verbergt zich daarvoor onder de bescherming van God, en onder alle door Hem gegevene middelen ter bescherming; maar de slechten, de eenvoudigen en onhandigen zien niets, en menen altijd in zekerheid te zijn, en gaanvermetel en onvoorzichtig door alle gevaren henen, zonder zich te doen verontrusten door de dreigende rampen; maar weldra zien zij te laat, dat zij te gerust alles hebben aangezien, en zij worden gestraft voor de schuld voor hun vermeende zekerheid.
a) Spreuken 27:12. Lukas 21:34,
Dit vers geselt weer de geestelijke blindheid en het dwaze vertrouwen van hen, die zich nog de ogen niet hebben doen verlichten door de goddelijke wijsheid, en die onvoorzichtiglijk daarheen leefden.. 4. De loon der nederigheid van hem, die waarlijk ootmoedig is, en tevens den Heere naar Zijn heilig woord, met het ganse hart dient in de vreze des HEEREN 1) wandelt, is rijkdom als een kostelijk genadeloon van den Heere, en eer van God en mensen, en een eeuwig zalig leven.Alzo is het levendig geloof, dat op de dagelijkse boetvaardigheid rust, de enige bron van een waarlijk gelukkig en eervol leven op aarde en hier namaals van het eeuwige zalige leven.
1) Als loon der nederigheid, aan waren ootmoed, die lieflijke vrucht der genade en des Geestes, wordt hier genoemd: Vreze des Heeren, het ootmoedig dienen en vereren van den Heere God en daarmee verbonden: rijkdom en eer een leven. Wie waarlijk God vreest, die ontvangt daarop ook zegen als genadeloon. Geldt dit niet altijd op tijdelijk, dit geldt zeker op geestelijk gebied. Rijkdom bestaat niet altijd in vele goederen te bezitten, maar ook in wat men bezit, te genieten als in de gunste Gods.