Spreuken 22:22-23
Na deze plechtige inleiding zou men iets nieuws en verrassends verwacht hebben, maar neen, hier is een eenvoudige en algemene, doch zeer noodzakelijke waarschuwing tegen de wrede, onmenselijke praktijk van arme mensen te verdrukken.
Merk op:
1. De zonde zelf, en die is: de armen te beroven, en hen nog armer te maken, wegnemende van hen, die weinig te verliezen hebben, en hun alzo niets overlatende. Het is slecht om iemand, wie het ook zij, te beroven, maar geheel ongerijmd is het om de armen te beroven, die wij behoren te steunen en te helpen, met alle macht diegenen uit te zuigen, die wij moesten bewateren met onze weldadigheid, de ellendige te verbrijzelen, en hem daardoor nog ellendiger te maken, rechtsuitspraak tegen hem te doen, en aldus hen te beschermen, die hem beroven, hetgeen even slecht is als wanneer wij zelf hem beroven. Rijke lieden laten zich geen onrecht doen, arme lieden kunnen er zich niet tegen verweren en daarom behoren wij er ons zoveel zorgvuldiger voor te wachten om hun onrecht te doen.
2. De verzwaring van de zonde. Als hun onmacht vanwege hun armoede om zich recht te verschaffen ons aanmoedigt om hen te beroven, dan is het nog zoveel erger, dat is de arme te beroven, omdat hij arm is, het is niet alleen laag en lafhartig om er zijn voordeel tegen iemand mee te doen, dat hij hulpeloos is, maar het is onnatuurlijk en doet de mens kennen als erger dan dieren. Of, indien het geschiedt onder schijn van recht en gerechtigheid dan is dit de ellendige te verbrijzelen in de poort, waar hij beschermd moest wezen tegen onrecht, en hun recht moest gedaan worden tegen hen, die hen verdrukken.
3. Het gevaar, waarvan deze zonde vergezeld is. Hij, die de arme berooft en verdrukt, het is op zijn gevaar, want,
a. De verdrukten zullen bevinden dat God hun machtige beschermer is, Hij zal hun twistzaak twisten, en niet toelaten dat zij ter nedergeworpen en vertreden worden. Als de mensen niet voor hen willen optreden zal God voor hen optreden.
b. De verdrukkers zullen bevinden dat Hij een rechtvaardige wreker is, Hij zal weerwraak op hen nemen Hij zal de ziel roven van hen, die hen beroven, Hij zal hun vergelding doen in geestelijke oordelen, in vloek over hun ziel. Hij, die de armen berooft, zal in het eind bevonden worden zichzelf te hebben vermoord.