Spreuken 20:30
1. Velen hebben strenge bestraffingen van node. Sommige kinderen zijn zo stijfhoofdig, dat hun ouders niets met hen kunnen uitrichten zonder scherpe tuchtiging, sommige misdadigers moeten de strengheid van de wet gevoelen en zachte middelen van de openbare gerechtigheid, werken niets bij hen uit, zij moeten bont en blauw worden geslagen. En de alwijze God ziet dat Zijn eigen kinderen soms zeer scherpe beproevingen van node hebben.
2. Strenge bestraffingen doen soms zeer veel goed, zoals bijtmiddelen de genezing van een wond bevorderen, het hoogmoedige vlees wegvreten. De roede drijft zelfs de dwaasheid uit, die in het hart gebonden was, en zuivert er het kwaad uit.
3. Dikwijls gebeurt het dat zij, die strenge bestraffing het meest van node hebben, ze het slechtst kunnen dragen. Zodanig is de verdorvenheid van de natuur, dat de mensen er even afkerig van zijn om scherp bestraft te worden voor hun zonden, als om geslagen te worden totdat hun gebeente pijn heeft. De tucht is onaangenaam voor degene, die het pad verlaat, en toch is zij goed voor hem, Hebreeën 12:11.