Spreuken 20:19
Er zijn twee soorten van mensen, die gevaarlijk zijn in de omgang.
1. Achterklappers, hoewel zij gewoonlijk vleiers zijn, en zij zich door schoon spreken bij de mensen indringen. Het zijn beginselloze lieden, die als achterklappers wandelen, verhalen rondventen) die kwaad stichten tussen naburen en bloedverwanten, die in het gemoed van de lieden achterdocht verwekken tegen hun overheden, of tegen hun leraren, en tegen elkaar, geheimen openbaren, die hun waren toevertrouwd, of waarmee zij door slinkse middelen bekend zijn geworden, of, onder voorgeven van der mensen gedachten en bedoelingen te raden, hun zeggen wat wezenlijk onwaar is. Wees niet gemeenzaam met dezulken, luister niet naar hen als zij hun verhalen doen en hun geheimen mededelen, want gij kunt er zeker van zijn dat zij ook uw geheimen zullen verraden, en ook van u verhalen zullen uitstrooien.
2. Vleiers, want dat zijn gewoonlijk achterklappers. Als iemand u vleit, u komplimentjes maakt, u looft en prest, verdenk hem dan van nevenbedoelingen met u te hebben en wees op uw hoede hij zal datgene uit u zien te krijgen, dat hem dienen kan om er aan iemand anders tot uw nadeel een verhaal van te doen, en daarom, vermeng u niet met hem, die met zijn lippen verlokt. Diegenen beminnen al te zeer hun eigen lof, en betalen hem te duur, die vertrouwen in iemand stellen, hem een geheim of een zaak toevertrouwen, omdat hij fraai met hen weet te spreken.