Spreuken 20:14
1. Zie hier welke kunstmiddeltjes de mensen aanwenden om een goede koop te doen, goedkoop te kopen. Zij dingen niet slechts, maar houden zich alsof zij het voorwerp niet nodig hebben of niet begeren, terwijl zij er misschien niet zonder kunnen (daar kan voorzichtigheid in wezen), en zij verkleinen en verlagen iets, waarvan zij weten dat het van grote waardij is. Het is kwaad, het is kwaad," roepen zij, er is dit of dat gebrek aan, het is niet van de rechte soort, of het is niet echt, en het is te duur, wij kunnen het elders beter en goedkoper krijgen, of, wij hebben het al beter en goedkoper gekocht. Dit is de gewone manier van doen, maar met dat al weten zij misschien dat het tegendeel waar is van hetgeen zij beweren. Maar de koper kan denken dat hij geen ander middel heeft om quitte te zijn met de verkoper, die zijn waar ophemelt om de prijs, die hij er voor vraagt te rechtvaardigen, en zo is er dan een fout aan beide zijden, terwijl de koop in ieder opzicht evengoed en voordelig gesloten had kunnen worden, indien beide koper en verkoper bescheiden waren geweest, en hadden willen spreken zoals zij dachten.
2. Welk een trots en genoegen de mensen er in hebben, als zij een goede koop sluiten, hoewel zij dan zichzelf tegenspreken en erkennen geveinsd te hebben toen zij er over onderhandeld hebben. Als hij van de prijs van de verkoper goed afgedongen heeft, daar deze er in berustte de prijs te verminderen, veeleer dan een klant te verliezen (waartoe menig arm handelsman wel toe moet besluiten daar kleine winst beter is dan in het geheel geen winst), dan gaat hij heen, en snoeft op de voortreffelijke waar, die hij tot zijn eigen prijs verkregen heeft, en houdt het voor een belediging en een aanmerking op zijn oordeel indien iemand iets van het voortreffelijke van zijn koop afdoet. Misschien kende hij de waardij van het goed beter dan de koper zelf, en weet hij er grote winst mee te behalen. Zie hoe geneigd de mensen zijn om behagen te vinden in hetgeen zij verkrijgen, en trots te zijn op hun kunstgrepen, terwijl het toch bedrog en leugen zijn, waarover zij zich moesten schamen, al hebben zij er nog zoveel winst en voordeel door verkregen.