Spreuken 19:11
Een wijs man zal deze twee regelen omtrent zijn toorn waarnemen.
1. Niet overhaast te zijn in zijn toorn. Het verstand leert ons onze toorn te vertragen, er de toelating van te vertragen, totdat wij al de omstandigheden, waaronder de terging plaats had, wel overwogen hebben, het alles in het rechte licht hebben beschouwd en in een rechte weegschaal hebben gewogen, en dan de bespreking ervan uit te stellen, totdat er geen gevaar meer is van tot uitersten en dus tot onbetamelijkheid te komen. Plato zei tot zijn knecht: "Ik zou u slaan, als ik niet toornig was." Geef hem, namelijk de toorn, tijd, en hij zal afkoelen.
2. Niet al te scherp te zien op de redenen om vertoornd te wezen. Terwijl men het gewoonlijk voor een blijk van een scherp verstand houdt om een belediging spoedig op te merken, wordt het hier eens mans sieraad genoemd om de overtreding voorbij te gaan, te doen alsof hij haar niet zag, Psalm 38:14, of, indien hij het gepast oordeelt om er kennis van te nemen, haar te vergeven, en niet op wraak te zinnen.