Spreuken 18:23
Hoewel velerlei ongerief meebrengt voor het lichaam, heeft zij toch dikwijls een goede uitwerking op de geest, want zij maakt de mensen nederig en onderworpen en vernedert hun hoogmoed, zij leert hen smekingen te spreken, als de nood de mensen noodzaakt om te bedelen, dan zegt zij hun dat zij niet moeten voorschrijven of eisen, maar moeten aannemen wat hun gegeven wordt en er dankbaar voor zijn. Voor de troon van Gods genade zijn wij allen arm, en moeten wij smekingen spreken, niet antwoorden, maar nederig vragen als bedelaars.
Een staat van voorspoed heeft wel vele voordelen, maar dikwijls gaat hij vergezeld van dit kwaad, dat hij de mensen hoogmoedig maakt, trots en gebiedend. Op de smekingen van de arme antwoordt de rijke met harde dingen, zoals Nabal aan Davids boden een beledigend antwoord heeft gegeven. Het is een zeer dwaze gril van sommige rijke lieden, inzonderheid van hen, die van zeer weinig zijn opgeklommen, om te denken dat hun rijkdom hun het recht geeft harde woorden te gebruiken, zelfs als zij geen hardheid bedoelen, maar dat het hun fraai staat harde antwoorden te geven, terwijl het integendeel de rijken en aanzienlijken voegt vriendelijk en zachtmoedig te zijn, Jakobus 3:17.