Spreuken 18:2
Een dwaas kan voorwenden verstand te beminnen, en naar de middelen er van te zoeken, maar,
1. Hij heeft er geen wezenlijk vermaak in, het is slechts om zijn vrienden te behagen, of zijn eer op te houden, maar in werkelijkheid houdt hij niet van zijn boek of van zijn werk, van zijn Bijbel of van het gebed, hij zou zich liever als een gek aanstellen met allerlei spel en vermaak. Zij, die geen behagen vinden in wetenschap of Godsdienst, zullen met geen van beide iets weten uit te richten. Indien zij als een taak en last worden beschouwd, zal men er geen vordering in maken.
2. Hij heeft er geen goede bedoeling mede, hij wil slechts dat zijn hart zich ontdekt, dat hij iets heeft om mee te pronken, iets, dat een vernisje geeft aan zijn dwaasheid, om haar voor iets goeds te laten doorgaan, omdat hij gaarne zichzelf hoort spreken.