Spreuken 18:14
Uitwendige verdrietelijkheden zijn draaglijk. zolang de geest zijn kalmte kan behouden. Wij zijn in deze wereld onderhevig aan vele rampen, aan vele krankheden van het lichaam, aan rampen ten opzichte van onze goede naam en onze bezittingen, die wij kunnen dragen, en waaronder wij staande kunnen blijven, als wij slechts lijdzaam zijn en goede moed hebben, in staat zijn om met verstand en vastberadenheid te handelen, inzonderheid als wij een goed geweten hebben, en als dat voor ons getuigt. En als de geest eens mans zijn ziekte zal ondersteunen, veel meer nog zal dan de geest eens Christens hem ondersteunen, of liever de Geest van God, getuigende en werkende met zijn geest ten dage van de benauwdheid.
De bekommernissen en angsten van de geest zijn van alle het moeilijkst te dragen, deze wonden de schouders, die de andere lasten hebben te dragen. Als de geest verslagen is door een stoornis van het verstand, door gedruktheid onder moeilijkheden, waarin die ook bestaan, en wanhoop aan hulp of uitkomst, indien de geest verslagen is door ontzettende angsten voor Gods toorn vanwege de zonde, en de schrikkelijke verwachting des oordeels en de hitte des vuurs, wie kan dit dragen? Een verslagen geest kan zichzelf niet helpen, en anderen weten ook niet hoe zij hem zouden kunnen helpen. Daarom is het wijs om een onergerlijk geweten te bewaren.