2. Een onaanzienlijk, maar verstandig knecht, die de Goddelijke wijsheid in het hart draagt, zal zich verheffen door zijn verstand, en ten laatste door aanzien, ja door rijkdom zelfs, heersen over enen zoon, die door zijn verstand zich zelven en zijnen vader beschaamd maakt, die zijn vermogen verkwist, ofschoon hij door geboorte en andere voorrechten boven genen stond; en in het midden der broederen zal hij, als even veel recht hebbende onder hen, mede van de erfenis delen (
Genesis 15:3).
Dit is reeds in betrekking tot het wereldse waar, dat oordeel en verstand over de door geboorte geschonkene voorrechten heersen; in het rijk Gods is dit nog beter op te merken. Nederige geboorte en lage stand schaden u niet, wanneer gij slechts wijsheid wilt leren, want die maakt aanzienlijk, machtig en rijk. -Wien houdt gij dus voor vrijer? Alleen de wijsheid is vrij, want zij verheft de armen boven de rijken, zij maakt de heren zelfs tot schuldenaars van hun slaven, tot schuldenaars niet door het geld, maar door doorzicht, door het "pond, het talent" uit dien goddelijken, eeuwigen schat, die nooit bederft. De wijze is altijd vrij, schrijft altijd de wetten voor en komt tot ere. (vergel. de geschiedenis van Jozef in Egypte. Genesis 41).