Spreuken 17:17
Dit toont de kracht aan van de banden, waarmee wij aan elkaar verbonden zijn, en waarvan wij ons wel bewust moeten wezen.
1. Vrienden moeten te allen tijde trouw aan elkaar zijn, het is geen ware vriendschap, die niet standvastig is, zij zal het zijn, indien zij oprecht is, en voortkomt uit een goed beginsel. Zij, die grilziek of zelfzuchtig zijn in hun vriendschap, zullen niet langer liefhebben dan hun luim duurt of hun eigenbelang er door gediend wordt, en daarom draait hun genegenheid met de wind, en verandert zij met het weer, zwaluwvrienden, die in de zomer tot u heenvlieden, maar van u wegvliegen in de winter, aan zulke vrienden verliest men niets. Maar als de vriendschap verstandig, edelmoedig en hartelijk is, als ik mijn vriend liefheb omdat hij wijs is en deugdzaam en Godvruchtig, zal ik, zolang hij dit blijft, hem liefhebben, al zou hij ook tot armoede en schande vervallen. Christus is een vriend, die te allen tijde liefheeft, Johannes 13:1, en aldus moeten wij Hem liefhebben, Romeinen 5-35.
2. Bloedverwanten moeten zeer bijzonder zorgzaam en teder voor elkaar zijn in beproeving. Een broeder is geboren om een broeder of zuster te ondersteunen in benauwdheid aan wie hij door de natuur zo nauw verbonden is, dat hij zoveel dieper medegevoel kon hebben met hen in hun smart of onder hun lasten, en zoveel sterker geneigd en aangespoord zou zijn bij instinct als het ware om hen te helpen. Wij moeten dikwijls bedenken waarvoor wij geboren zijn, niet alleen als mensen maar in deze of die toestand, in deze of die betrekking. Wie weet of wij niet in zo'n gezin, zo'n familie, om zulke tijd als deze is, gekomen zijn? Wij beantwoorden niet aan het doel van onze bloedverwantschap, als wij er de plicht niet van vervullen. Sommigen nemen het aldus: Een vriend, die ten allen tijde liefheeft, is geboren, wordt een broeder in benauwdheid, en moet als zodanig gewaardeerd worden.