Spreuken 17:12
Een driftig man is een onvernuftig man. Hij kan op andere tijden wel enige wijsheid hebben, maar als hij in onbetoomde drift is, dan is hij een zot in zijn dwaasheid. Het zijn dwazen in wier hart toorn verwijlt, en in wier gelaat toorn woedt. Hij heeft de mens van zich afgeschud, en is als een beer, een woedende beer, een beer, die van jongen beroofd is geworden. Hij is verzot op de bevrediging van zijn lusten en hartstochten, zoals een berin op haar welpen, (die, hoe lelijk ook, toch haar welpen zijn) even gretig in het najagen ervan als zij in het zoeken van haar welpen, als deze verloren of vermist zijn, en even vol van toom als hij in het najagen ervan tegengewerkt wordt.
Hij is een gevaarlijk man, valt iedereen aan, die hem in de weg staat, al is hij ook onschuldig, of al is hij zijn vriend, zoals een beer, die van jongen beroofd is, de eerste de beste, die hij tegenkomt, aanvalt als de rover van zijn jongen. Men kan gemakkelijker ontkomen aan of zich behoeden tegen een verworden beer, dan tegen een gewelddadig, verwoed man. Laat ons dus waken over onze hartstochten, opdat deze niet de bovenhand verkrijgen en kwaad aanrichten, en laat ons het gezelschap mijden van verwoede, toornige mensen, en aldus met onze eigen veiligheid te rade gaan. Geeft de toorn plaats.