Spreuken 15:32
Zie hier:
1. De dwaasheid van hen, die niet onderwezen willen worden, die onderwijs weigeren, er geen acht op willen slaan, maar er de rug aan toekeren, het niet willen aanhoren, hun hart er tegen keren. Zij verwerpen de tucht, zij willen haar niet aannemen, neen, niet van God zelf, maar slaan de verzenen tegen de prikkels. Die dit doen, versmaden hun ziel, zij tonen er een geringe dunk van te hebben en in weinig zorg er over te zijn als redelijk en onsterflijk, daar onderricht bestemd is om het verstand te ontwikkelen en voor de staat van de onsterflijkheid voor te bereiden. De fundamentele dwaling van zondaren is dat zij hun eigen ziel onderschatten en daarom verzuimen voor haar te zorgen, haar blootstellen aan gevaar, aan het lichaam de voorkeur geven boven de ziel, onrecht doen aan de ziel om het lichaam te behagen.
2. De wijsheid van hen, die niet alleen onderwezen maar ook bestraft willen worden, die de bestraffing hoort en de gebreken verbetert, waarvoor hij bestraft wordt, krijgt verstand, waardoor zijn ziel beveiligd wordt tegen slechte wegen, en geleid wordt op goede wegen, en die daarin zijn waardering toont van zijn ziel en haar ware eer aandoet.