7. Ga weg van de tegenwoordigheid eens zotten mans, ook van den zogenaamden beschaafde, ga niet met hem om, want gij zoudt bij hem gene lippen, die de woorden der wetenschap uitspreken, merken. Hoe kan hij u licht en raad geven, die voor het hoogste blind is? 8. De wijsheid des kloekzinnigen, die met God in gemeenschap leeft, is, bestaat daarin, om zijnen weg te verstaan, zich zelven te kennen en al zijne gedachten, woorden en werken naar de wet van God te richten; maar de dwaasheid of de ingebeelde wijsheid der goddeloze zotten is of bestaat in ijdele bedriegerij, zodat zij noch zich zelven, noch God, noch de wereld kennen, in één woord: zelfbedrog, zelfverblinding is hun alles, waarop eindelijk ene verschrikkelijke ontnuchtering volgen zal.
Zonder de nakoming van het gebod, dat reeds bij de oude Grieken zo hoog aangeschreven stond: Ken u zelven! is er gene ware wijsheid, in hare verschillende betekenissen opgevat, mogelijk. Ja, juist in de zelfkennis bestaat de wijsheid, zo als ook omgekeerd de grootste dwaasheid van den mens juist daarin bestaat, dat hij zich zelven niet kent. Het woord weg betekent naar onze opvatting ongetwijfeld: wijze van denken spreken en handelen; het is alzo waar, dat de wijze het doel van zijn levensweg steeds in het oog heeft, terwijl de dwaas niet begrijpt en niet ziet, waarheen zijn weg hem voert. De dwazen kennen hun tegenwoordige schreden, wat zij voor ogen zien, dikwijls zeer goed, ja beter dan de kinderen Gods, maar zij zien het einde niet. Dit is evenzeer op het gewone leven toepasselijk, als op de wetenschap..