Spreuken 14:5
In de bedeling des rechts hangt zeer veel af van de getuigen, en daarom is het voor het algemene welzijn nodig, dat de getuigen goede grondbeginselen hebben, want,
1. Een getuige, die nauwgezet van geweten is, zal geen getuigenis durven afleggen, dat ook maar in het minste of geringste onwaar is, noch, hetzij uit goedwilligheid of kwaadwilligheid, de dingen anders durven voorstellen dan zij naar zijn beste weten zijn, aan wie dit ook genoegen of misnoegen moge veroorzaken, en daar zal het recht zijn loop hebben.
2. Maar een getuige, die zich laat omkopen, zich laat bevooroordelen, zich door vreesaanjaging uit het veld laat slaan, zal leugens blazen, met evenveel gerustheid en verzekerdheid alsof het alles waar was.