Spreuken 12:5
Het Woord van God is een oordeler van de gedachten en van de overleggingen des harten. Wij vergissen ons als wij denken dat gedachten vrij zijn, neen, zij zijn onder de kennisneming van God, en daarom onder het gebod, het bevel van God. Wij behoren waarnemers te zijn van de gedachten en overleggingen van ons eigen hart, en er onszelf naar te beoordelen, want zij zijn de eerstgeborenen van de ziel, die het meest haar onvermolmd beeld dragen. Rechte gedachten zijn de beste bewijzen dat iemand recht van hart is, zoals door niets meer eens mensen goddeloosheid bewezen wordt dan door zijn boze plannen en overleggingen. Een Godvruchtig man kan boze opwellingen in zijn hart voelen opkomen, maar hij geeft er niet aan toe, blijft ze niet koesteren totdat zij in boze plannen rijpen en boze besluiten worden. Het is eens mensen eer eerlijke bedoelingen te hebben, dat zijn gedachten recht zijn, al is het ook dat een woord of een daad misplaatst, ontijdig is, of tenminste misverstaan en verkeerd voorgesteld wordt. Maar het is iemands schande altijd op kwaad bedacht te zijn, bedrieglijk te handelen en met boze streken om te gaan.